Khamenei in Hollywood? Laten we kalm blijven, maar niet naief

Is het een onvoorstelbaar Hollywood-scenario? Of is het verhaal te onvoorstelbaar om verzonnen te kunnen zijn? Feit is dat de VS, Saudi-Arabie en Iran in een groeiende rel zijn verwikkeld over een (al dan niet) voorgenomen moordaanslag op de Saudische ambassadeur in de Verenigde Staten. Een rel die verstrekkende consequenties kan hebben voor de stabiliteit in de regio rondom Iran. En die Iran, de VS, Israel, Saudi-Arabie, de Golfstaten, Irak en andere landen in hernieuwd, bloedig geweld kan storten. Alle reden dus om het hoofd koel te houden.

What we know is that an individual of Iranian-American descent was involved in a plot to assassinate the ambassador to the United States from Saudi Arabia,” zo sprak President Obama vorige week. “And we also know that he had direct links, was paid by and directed by individuals in the Iranian government. Now, those facts are there for all to see. We would not be bringing forward a case unless we knew exactly how to support all the allegations that are contained in the indictment.”

Er bleek achteraf bezien weinig reden te zijn om President Johnson te geloven over Vietnam, en we herinneren ons allemaal nog de Weapons of Mass Deception van President George W. Bush. Maar dat de buitenwereld een Amerikaanse president, gezien de ervaringen uit het verleden, niet a priori gelooft als hij een ander land verkettert: dat beseft Obama natuurlijk ook. En toch waren de VS uitzonderlijk snel en scherp met hun veroordeling van de Iraanse betrokkenheid. Op dit moment trekken teams van Amerikaanse diplomaten de wereld rond om in andere hoofdsteden de bewijzen te tonen. Wat is er aan de hand? De feiten zoals we ze op dit moment kennen:

De Amerikaanse minister van Justitie Eric Holder maakte vorige week bekend dat de autoriteiten een poging hadden verijdeld om de Saudische ambassadeur in Washington te vermoorden, en om de Saudische en Israelische ambassades op te blazen. Een Iraans-Amerikaanse man en een officier van een elite-onderdeel van de Islamitische Revolutionare Garde zijn voor het New Yorkse gerecht in staat van beschuldiging gesteld. De perswoordvoerder van de Iraanse president Ahmadinejad en andere Iraanse functionarissen ontkennen elke beschuldiging van Iraanse betrokkenheid.

Let wel: de Amerikanen beweren niet dat de Iraanse regering, president of geestelijk leider formele besluiten hebben genomen om tot de aanslag over te gaan dan wel over gedetailleerde operationele kennis van het plan beschikten. Wel zeggen ze bewijzen te hebben dat individuele Iraanse regeringsfunctionarissen persoonlijk en rechtstreeks opdracht voor het plan hebben gegeven en de samenzweerders hebben betaald.

Als dat laatste waar is, dan heeft Teheran een probleem, net als Rutte een probleem zou hebben wanneer generaal Van Uhm of secretaris-generaal Van Zwol van Financien opdracht zou hebben gegeven een paar weerspannige Griekse parlementariers vervroegd hun Schepper te laten ontmoeten.

Veel commentatoren putten zich de laatste dagen uit om de Amerikaanse beschuldiging naar het rijk der fabelen te verwijzen. Manour Ababsiar, de vooruitgeschoven complottist, zou een instabiele halve gare zijn. En Niru-ye Ghods – het onderdeel van de Revolutionaire Garde dat achter het plan zou zitten, en dat nu zeer actief is in de contra-revolutie in Syrie – is veel te professioneel om een voormalige autoverkoper en een stel Mexicaanse drugsdealers te gebruiken voor een aanslag op zo’n belangrijk doelwit. Israel zit erachter. Noch Iran, noch de Saudi’s hebben enig belang bij een gewapend conflict. Enzovoort. Nee, zo luidt hun discours: de VS fabriceren een casus belli om Teheran nu eindelijk eens aan te pakken. Een andere verklaring is er niet.

Toegegeven: Japan, Afghanistan en Irak weten wat er met je gebeurt als je de VS op eigen grondgebied aanvalt. De Amerikanen hebben de neiging daar nogal grondig op te reageren. Dus het lijkt logisch te denken dat Iran daar niet aan zal willen beginnen, omdat het regime daarmee zijn eigen doodvonnis tekent.

Maar van militaire simulatiespellen tot het hoofdredactioneel commentaar in De Volkskrant wordt wel erg vaak de vergissing gemaakt te denken dat landen, als het tenminste om geopolitiek gaat, langs rationele lijnen en in voorspelbare scenario’s reageren op elkaars handelen. Dat is gewoonweg niet zo. Bovendien houdt het wegwerpgebaar dat velen nu richting Obama maken geen rekening met twee omstandigheden. Ten eerste is Iran al enkele jaren actief bezig zijn aanwezigheid op het Westelijk Halfrond uit te breiden. Er zijn geloofwaardige aanwijzingen voor Iraanse militaire activiteiten in bijvoorbeeld Venezuela en Cuba, en hardnekkige berichten dat het door Iran gesteunde Hezbollah in Mexico een bruggenhoofd heeft geslagen. En ten tweede: er is sprake van een toenemende machtsstrijd binnen het regime. Die strijd gaat deels over de ‘ziel’ van de Islamitische Republiek, maar ook over een meer gematigde of radicalere opstelling richting de buitenwereld, in het bijzonder de soennitische regeringen op het Arabisch schiereiland, en Israel en de VS.

Het is nog te vroeg om conclusies te trekken. Dus ook om nu al de Amerikaanse claims zomaar van de hand te wijzen. Het is niet ondenkbaar dat de zeer professionele Niru-ye Ghods ook wel eens een flater begaat, net zoals de zeer professionele CIA, KGB en Mossad dat wel eens doen. En het is al helemaal niet ondenkbaar dat de Amerikaanse operaties van Iran en Hezbollah nu in het stadium van uitvoerende tests zijn gekomen. Tenslotte: al lijkt het alsof deze aanslag ingaat tegen het rationele belang van het regime in Teheran: een ontevreden oorlogshitser binnen datzelfde regime is niet altijd rationeel.

Arjen de Wolff is directeur van de onafhankelijke Iraanse media-organisatie Radio Zamaneh, maar schrijft dit stuk op persoonlijke titel.

Advertisements

Kunduz: Sap geen Atlantica, maar wel betrokken. Trek dan de consequentie

Het is een uitstervend ras, de Atlanticus aan de linkerkant van het politieke denken. En ik denk dat ik er een ben. Ik heb een lang geheugen waarin de relatie tussen de Europese en Amerikaanse vrijheid wat mij betreft onweerlegbaar is, en ik heb nooit veel begrepen van het ongerichte pacifisme en de afzijdigheidsreflex die Nederland, en de rest van Europa, zo ergens gedurende de jaren negentig in de greep kregen. En dat nog werd versterkt door het Iraakse avontuur van 2003, en het Afghaanse drijfzand.

Foto: Roel Wijnants

De Nederlandse politiek heeft wel wat abstracte principes, als het gaat om het buitenlands en Europees beleid. Maar geen openbare en herkenbare consistente consensusstrategie met concrete doelen – ideele, politieke, militaire – waaraan actuele internationale uitdagingen kunnen worden getoetst en die met Europese of internationale beslissingen moeten worden bereikt. Dus verdwalen we telkens in cirkelredeneringen, politieke loopgravenoorlogen en zijn halfbakken besluiten of inertie vaak het gevolg. Daar komt bij: de buitenlandpolitiek lijkt een soort stille variant geworden van de multiculturele samenlevingsproblematiek. Regering en parlement neigen, na lang soebatten, toch vaak tot besluiten waardoor Nederland niet geheel de aansluiting verliest met de Europese en internationale gemeenschap. Maar ondertussen mort het volk.

Natuurlijk begrijp ik de tegenwerping wel dat geopolitieke sympathie voor de VS en andere bondgenoten niet blind en kritiekloos mag zijn, en dat het Westen ook veel heeft gedaan waarvoor we ons moeten schamen.

We moeten niet blind en kritiekloos zijn. We moeten ons schamen wanneer dat nodig is. Laten we onze eigen daden openlijk onderzoeken, en laten we altijd boete doen en de schuldigen straffen als het moet. Dat moet, omdat het onze waarden mede definieert. En het is veel meer dan de regimes doen waarmee we normaal gesproken in conflict raken.

Ik ben Atlanticus omdat ik in de internationale politiek solidair en actief betrokken wil zijn bij al diegenen die, al maken ze ook fouten, onze waarden van politieke en economische vrijheid, respect voor mensenrechten, onafhankelijke rechtspraak, openheid en rekenschap, en sociale gelijkwaardigheid delen. En dat kunnen individuen zijn die gebukt gaan onder authoritaire regimes, of regeringen voor wie democratie en rechtsstaat waarden zijn die, soms met vallen en opstaan, een centrale plaats innemen. En veiligheid en vrijheid, voor ons en voor anderen, moet samen met gelijkgezinden worden bevochten. Meestal via diplomatie en samenwerking. Soms met de wapens.

Of Jolande Sap en haar GroenLinks zich in de komende dagen als Atlantici zullen ontpoppen, betwijfel ik. Maar dat ze deze waarden ook deelt, daarvan ben ik inmiddels overtuigd. Dan moet ze daaruit ook de consequentie trekken, en de missie naar Kunduz steunen.

Maak kennis met uw nieuwe CDA: de VVD.

Zo zal de VVD het dus vertellen, straks bij de Provinciale Statenverkiezingen en daarna:

‘Natuurlijk is de VVD voor grote hervormingen. Maar ook voor het gezond maken van de rijksfinancien, en het terugbrengen van de staatsschuld.

En u kent de verkiezingsuitslag. Een coalitie was nauwelijks te vormen. En de combinaties van partijen die wel mogelijk waren, werden het nu juist over dat eerste niet eens: de noodzaak van fundamentele veranderingen.

Dus wat bleef over: de economische crisis, en de financiele puinhoop opruimen. Opdat u, hardwerkende Nederlander, straks niet met de rekening blijft zitten. En dat kan niet wachten.’

Het oppositionele deel van de Nederlandse politiek maakte zich, al voordat de inkt van het regeerakkoord droog was, vrolijk over die malle VVD. Voor de verkiezingen een grote mond opzetten over ambitieuze structuurveranderingen in de woningmarkt, de arbeidsmarkt, de zorg, de pensioenen, de sociale zekerheid. En wat gebeurde er vervolgens? De VVD leverde zijn hele hervormingsprogramma in bij CDA en PVV. Voor het pluche. Voor de premierbonus. Rutte, zo klonk het ter linkerzijde van de Kamervoorzitter, was bezweken voor de verleiding en wilde koste wat kost de eerste liberale premier zijn sinds honderd jaar. Zijn kiezers zouden het hem niet vergeven!

Maar iets te makkelijk vergeten werd die andere belofte: snoeien. Bezuinigen, tekort terugdringen, staatsschuld aflossen. Wat ook vergeten werd, was hoezeer juist die boodschap – en vooral niet de radicale stelselwijzigingen – de hardwerkende Nederlander als muziek in de oren klonk.

Natuurlijk, zo rigoreus is de financiele opdracht die de regering-Rutte zichzelf heeft gesteld nu ook weer niet. Althans: als het aan de VVD had gelegen waren het nog een paar miljardjes meer geweest. En ja, veel maatregelen zullen zich pas in de loop van dit jaar en daarna echt doen voelen.

Voorzichtigheid is dus op zijn plaats, maar dat neemt niet weg dat Rutte precies de juiste electorale toon heeft aangeslagen. Het vertrouwen in de coalitie, en in de premier persoonlijk, stijgt dan ook. Een unieke ontwikkeling die zich al bijna vijftien jaar niet heeft voorgedaan.

‘De VVD heeft in zijn eentje geen meerderheid’, zo zal het verhaal verder gaan. ‘Dat begrijpt u toch ook wel, hardwerkende Nederlander? Dus we moeten prioriteiten stellen. En de VVD is nooit te beroerd geweest om verantwoordelijkheid te nemen. 18 miljard bezuinigen dus, in uw belang. Daar is dit kabinet voor, en voor niets anders. Wat daarna komt: dat zien we dan wel.’

Het werd de VVD wel vaker verweten, in het verleden. Door afgunstige politieke tegenstanders, welteverstaan: hoe komen die liberalen er toch telkens mee weg? Hoog van de toren blazen in de campagne, niets klaarspelen in de onderhandelingen, toch aan de macht en geen centje pijn bij de volgende verkiezingen!

Wel: zo dus. Daarbij komt: Rutte beseft dat zijn hardwerkende Nederlander nog lang niet klaar is voor grote hervormingen die mogelijk zijn huis, zijn baan, zijn gezondheid, of zijn oude dag treffen.

De VVD is druk bezig, zonder al te veel weerstand vooralsnog, zichzelf te herpositioneren als de nieuwe middenpartij van Nederland. Rutte wil voor onbepaalde tijd de middengroepen aan zich binden. En niet maar een of twee verkiezingen lang. Benieuwd of we nog veel gaan horen van de VVD als grote hervormer, bij de volgende landelijke stembusgang.

Timmermans de Communistenvreter

Wat zou Frans Timmermans in 2006 eigenlijk ten diepste hebben gedreven toen hij de Amerikanen, gevraagd naar mogelijke samenwerking van PvdA met SP, vertelde dat de PvdA er onverstandig aan zou doen iemand te vertrouwen die ooit communist is geweest? Wilde hij de Amerikanen naar de mond praten? Wilde hij ze geruststellen over het dreigende gevaar van SP-deelname aan de regering, met mogelijk alle rampzalige gevolgen voor het buitenlands beleid vandien? Of sprak hier de onvervalste sociaal-democraat, die getrouw aan de geschiedenis simpelweg een diepe en authentieke weerzin tegen communisten formuleerde?

Aangenomen dat dit nieuwe Wikileaks-feitje waarheidsgetrouw is, natuurlijk. En dan nog: Wikileaks mag dan misschien een schat aan informatie opleveren; echte kennis, inzicht en begrip schenkt Wikileaks ons daarmee nog niet. Informatie is geen weten. Een cruciaal verschil dat nogal eens uit het oog wordt verloren, nu het nieuwe onfeilbaar Dogma van de Maximale Openheid is afgekondigd door Assange en zijn discipelen, en in Nederland pers en publiek soms al te kritiekloos volgen.

Daar komt bij: de rapporteur van dit specifieke telegram aan Washington was ambassadeur Roland Arnall zaliger, van Hongaars-joodse afkomst, en van een generatie vooroorlogse Oost-Europeanen die vindt dat de enige goede communist een dode communist is. En daar hebben ze ook alle reden toe gehad. Ze hebben zowel de bruine als de rode terreur aan den lijve ondervonden. Het kan goed zijn dat Arnall, met de gekwadrateerde communistenhaat die zowel zijn afkomst als zijn Amerikaanse nationaliteit hem moeten hebben ingegeven, een tikkie heeft overdreven.

Maar intrigerend blijft de zaak natuurlijk wel. Want terwijl de VVD van Mark Rutte ongehinderd door kan gaan met het veroveren van het electorale midden en hij zo de gewone, ‘hardwerkende Nederlander’ voor de afzienbare toekomst aan zijn kar zal binden, is de beweerde indiscretie van communistenvreter Timmermans opnieuw een aanwijzing van gebrek aan koersvastheid van de PvdA. Wel flirten, maar niet samenwerken met de SP? Erg helder komt het allemaal niet over. Echte sociaal-democraten hebben een broertje dood aan de SP. En dat is niet alleen electorale tactiek. Het is ook een oprechte en diepgewortelde weerzin tegen de anti-burgerlijke en anti-democratische gezindte van het communisme, die een lange historie heeft.

Is dat soort denken dan niet hopeloos achterhaald? Misschien. Maar het is waarschijnlijk ook gewoon verstandig. Wie een centrum-linkse, brede volkspartij wil leiden in het Nederland van de 21e-eeuw en de middengroepen niet van zich wil vervreemden, heeft aan radicaal linkse zijde niets te zoeken.

PVDA: Stop met Stampvoeten

De Rooden Roepen. Deze LP van de Stem des Volks stond ooit bij elke rechtgeaarde sociaal-democraat in de kast. Zo ook bij mijn ouders, en er was een tijd dat ik elk lied woordelijk kon meezingen.

Ik voelde me bepaald niet door de Rooden geroepen, afgelopen zondag. De PVDA organiseerde, samen met SP en GroenLinks, een linkse manifestatie tegen de rechtse regeringscoalitie. Maar wie had gehoopt op een geinspireerde, opzwepende aanzet tot een progressief alternatief werd zwaar teleurgesteld. De hele berichtgeving over de bijeenkomst ademde maar een sfeer: wij zijn verongelijkte tobbers. Precies dezelfde sfeer als de PVDA-leuze voor de Provinciale Statenverkiezingen dus. Het Moet Anders.

Tja. Wat anders moet, zou ik zeggen, is dat de PVDA overkomt als een stel chagerijnige oude blanke mannen. Daar heeft de kiezer nu al een geloofwaardigere en onversneden andere keuze voor: 50Plus.

Wat anders moet, is dat Cohen zichzelf voortdurend van zijn meest ongelukkige kant laat zien: inhoudsloos als Alexander Pechtold, maar dan zonder diens flux de bouche.

Wat anders moet, is dat de PVDA met een krankzinnig makende gelijkhebberigheid blijft geloven dat de Turkse of Marokkaanse Nederlander van alle kanten wordt bedreigd en onderdrukt en het eerst en vooral zo verschrikkelijk moeilijk heeft.

Wat anders moet, is dat de PVDA zich schaart in de rijen van nostalgische partijen die doen of alles vroeger beter was en dat zij de tijdmachine bedienen.

Waarom? Omdat de PVDA moet gaan beseffen dat mensen niet op chagerijn stemmen, maar op bevlogenheid en enthousiasme. Omdat Cohen het niet zal winnen op persoonlijke visie of op rhetorisch talent, maar op persoonlijk gezag en het vermogen de idealen van een partij om te zetten in daden. Omdat de PVDA veel beter af is met het benadrukken van het succes van immigrantenkinderen, en dat de Turkse of Marokkaanse Nederlander die de taal spreekt en een diploma heeft nu over meer kansen beschikt dan ooit tevoren. Omdat de PVDA fundamenteel geen conserverende en behoudende partij moet willen zijn, maar een stip op de horizon moet willen zetten. Bovendien: achterom kijken, dat kunnen PVV en SP veel beter.

Moet de PVDA dan de angsten en behoeften negeren van degenen die niet meekunnen? Natuurlijk niet. Maar als de PVDA een echte volkspartij wil zijn: vertel dan hoe nieuwe solidariteit, en nieuwe zekerheden voor iedereen kunnen worden geschapen. Hoe Europa zo ingericht moet worden dat de economische tweedeling wordt verkleind en mensen niet permanent buiten de boot vallen. Hoe de staat weer een krachtige, sturende rol kan vervullen in een samenleving zonder vaste structuren. Hoe mensen weer een betaalbaar huis kunnen krijgen. Hoe flexibele werknemers en ZZP-ers een vangnet krijgen als het tegenzit met hun baan, en kunnen rekenen op een goed pensioen. Hoe werkende gezinnen, die met steeds hogere en gestapelde lasten kampen, soelaas kan worden geboden. Hoe de school, het ziekenhuis, de jeugdbescherming, de thuiszorg, de politie veranderen van logge, bureaucratische instellingen waar de burger een ‘klant’ is, in kleine, herkenbare organisaties waar mensen werken die je kent, en die jou kennen. En houd toch eens op met dat merkwaardige mengsel van detaildrift en politiek opportunisme dat de partij nu zo teistert. Wie zijn onvermogen en gebrek aan richting wil etaleren, kan zich geen betere aanpak wensen.

Geef mensen hoop. Maak ze trots en weerbaar. Geef ze hun overheid terug, en hun publieke voorzieningen. Maak het veilig op straat. Maak van de staat een medestander voor mensen moeilijkheden, in plaats van een tegenstander. En laat Cohen zijn eigen rol spelen: Geen zorgen. Ik maak dat het gebeurt.

D66: wanneer partijleden in het duister tasten

Weer schiet D66 zichzelf in de voet. Nadat de Amsterdamse fractie en afdelingsbestuur door interne twisten deelname aan het College verspeelden, bezwijkt nu de stadsdeelfractie in Amsterdam-West onder een gebrek aan politieke stuurmanskunst. De fractie is nu gesplitst in een D66A en een D66B. Onenigheid binnenskamers over een moeilijk politiek dossier, de positie in de coalitie met PvdA en GroenLinks, en het politiek leiderschap werd het vijftal Democratische deelraadsleden en hun stadsdeelwethouder teveel. De achtergrondmuziek: een litanie van oud zeer, onwil, onkunde en gebrek aan ervaring.

Ruzie en incompetentie in een fractie zijn zeker niet aan D66 voorbehouden. Alle partijen kampen ermee. Het leedvermaak dat de wat kleingeestiger en onervarener leden van andere partijen vertonen nu D66-West in moeilijkheden verkeert, is dan ook misplaatst. Politiek leedvermaak is een boemerang.

Maar in vergelijking met andere gevestigde partijen verslikt D66 zich relatief vaak in dit soort bedrijfsongevallen. De oorzaken daarvoor liggen in de manier waarop D66 zijn politieke vertegenwoordigers selecteert en in de interne partijcultuur.

Samenstelling van lijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen gebeurt bij D66 volledig door de leden. Het partijbestuur heeft daarbij geen formele rol. De ledenvergadering kan besluiten een adviescommissie – wijze mannen en vrouwen die het politieke klappen van de zweep kennen – in te stellen om de leden van hun oordeel te voorzien. Maar dat hoeft niet, en het advies is nooit bindend. Op landelijk niveau is de procedure de laatste jaren geprofessionaliseerd en is de invloed van de partijleiding op de uiteindelijke lijst groter geworden. Maar plaatselijk blijft veel afhankelijk van het toeval.

Succes van dit op zich prijzenswaardige open en democratische systeem hangt in hoge mate af van de vraag hoe goed geinformeerd de leden zijn over het functioneren van de kandidaten in het verleden, dan wel hun vermogen om in de komende raadsperiode te excelleren. Ook belangrijk is dat de betreffende partijafdeling niet wordt gekenmerkt door interne verdeeldheid en een overmaat aan kliekjesvorming.

Maar vaak zijn leden niet goed geinformeerd en is het partijbestuur zelf te onervaren en onmachtig om effectieve regie te kunnen voeren. Zelfs als leden regelmatig partijbijeenkomsten bezoeken – wat doorgaans maar een kleine groep politieke activisten doet – dan nog bieden dat soort gelegenheden te weinig zicht op het daadwerkelijke functioneren van individuele raadsleden, hun productiviteit en succes, hun plaats binnen de fractie, hun gezag, en hun verhouding tot de rest van de gemeenteraad en het college.

Een andere belangrijke oorzaak waardoor de leden in het duister tasten is de gesloten doofpotcultuur die D66 en andere partijen kenmerkt. Een slecht functionerend raadslid wordt niet openlijk aan de kaak gesteld. Men wil de vuile was niet buiten hangen, en er heerst angst voor slechte publiciteit. Bovendien: de rol van beul betaalt zich meestal niet uit in klinkende politieke zege. Zeker niet bij D66, waar mensen graag keurig met elkaar omgaan. Maar een gevolg van die geslotenheid is wel dat leden die buiten de kleine kring van direct betrokkenen en vertrouwelingen staan, van niets weten. Totdat het te laat is.

Dit alles maakt dat D66-fracties vaker dan bij andere partijen het geval is een explosief mengsel vormen van onervaren maar populaire politieke debutanten, wrokkige afgewezen lijsttrekkerskandidaten, en mensen die simpelweg totaal ongeschikt zijn. Schoksgewijze groei, samenvoeging van stadsdelen en fracties, gevoelige dossiers, deelname aan coalities met overheersende politieke partners verergeren de problemen.

Maar dit zijn altijd terugkerende risico’s. En plotselinge grote verkiezingswinsten, gepaard gaand met veel nieuwe leden en gekozenen, mogen een excuus heten voor nieuwe partijen. Maar een 45-jarige als D66 kan zich daar niet meer op beroepen. De structuren moeten die schommelingen kunnen opvangen en hoge prioriteit geven aan behoud van institutioneel geheugen en ervaring, het invoeren van nieuwe leden, en het snel en pro-actief selecteren en opleiden van politiek talent. De juiste mensen inzetten om dit soort factoren het hoofd te kunnen bieden is uiteindelijk de verantwoordelijkheid van een partij zelf.

Het selectiesysteem en de partijcultuur van D66 dwingen kandidaten zich populair of in elk geval bekend te maken bij de leden, en bestraffen open en transparante beoordeling van de ervaringen met en de competentie van kandidaten. Dat bekendheid nodig is hoeft geen probleem te zijn, maar D66 zou moeten willen breken met het te vaak voorkomende euvel dat een kandidaat waardering oproept door zijn glimlach, terwijl zijn prestaties matig tot slecht waren. En dat kan, door veel meer nadruk te leggen op een geobjectiveerde, transparante en doorlopende beoordeling van het politieke presteren van kandidaten en eerlijk en volledig inzicht te geven in het verleden; en in het geval van nieuwkomers een grondige toetsing van het CV, en een professionele test op de kwaliteiten die nodig zijn om succesvol als fractielid te kunnen opereren. Naast de al bestaande instrumenten van interviews, debatten met leden, en andere momentopnames.

De les die D66 en andere partijen zouden moeten trekken is: stel de leden in staat goed geinformeerde keuzes te maken. Maak echte afrekenbaarheid van de kandidaat belangrijker dan populariteit.

NOOT in het belang van volledige openheid en ter voorkoming van gezemel: de auteur was ruim twintig jaar lid van D66 en kende binnen die partij vele successen, maar minstens zo veel mislukkingen. Na drie jaar partijloosheid werd hij in januari 2010 lid van de PvdA, maar hij is op geen enkele manier politiek actief. Al sinds 1999 actief met sleutelen aan centrum-linkse samenwerking. Hij zal D66, PvdA en andere progressieve en gematigde partijen altijd een zeer, zeer warm hart toedragen.