Maakt het uit of Iran een atoombom krijgt? Ja. En nee.

Aan de onderhandelingen over het Iraanse atoomprogramma, vandaag in Kazachstan, ligt een basale wens ten grondslag. De internationale gemeenschap wil niet dat Iran zich tot atoommacht ontwikkelt. De Iraniërs zeggen: dat doen we ook helemaal niet, maar overigens bepalen we dat zelf wel.


Maar los van de vraag of Teheran nu werkt aan kernwapens of niet: maakt het eigenlijk iets uit, of Iran een atoombom heeft? Het antwoord is: nee. Maar ook ja. Het hangt er maar vanaf hoe je verandering en dreiging definieert.

Veel mensen zien een kernwapen in de handen van de ayatollahs als een existentiele dreiging voor Irans tegenstrevers. Zoals Israel. Maar het begrip existentiele dreiging, als in een gevaar voor het bestaan zélf, wordt wel erg snel gehanteerd. Te snel.

Het conflict tussen Israel en Iran, in de zin van een potentiele rechtstreekse confrontatie, is in het gehele machtsspel in het Midden-Oosten en Iran daarin een volstrekte bijzaak. Maar zoals het vaker gaat: een side-show staat soms toch ineens op het hoofdtoneel.

Om te beginnen is er geen twijfel dat Israel een Iraanse nucleaire aanval op zijn grondgebied met gemak kan afschrikken. Israels conventionele militaire macht is veel groter en beter ontwikkeld dan die van Teheran en alleen al daarmee kan Israel, als het wordt aangevallen, Iran grondig verwoesten.

Ten tweede is Israel zélf een atoommacht. Althans, dat neemt de hele wereld aan. Dat Israel daarover zwijgt is logisch: erkenning door Israel zelf zou het land in het huidige controversiele politieke klimaat blootstellen aan ongekende internationale druk om op te geven wat Jeruzalem ziet als zijn laatste verdedigingslinie in een vijandige omgeving.

Maar dat Israels kernbommen misschien een existentiele levensverzekering zijn maakt van een Iraanse kernbom nog geen existentiele dreiging. MAD, de strategische theorie van Mutually Assured Destruction, gaat ook hier op. Zelfs als een Iraans atoomwapen Israel zou bereiken zijn Israelische lanceerinstallaties, bommenwerpers en onderzeeers nog altijd in staat Iran hetzelfde aan te doen, met vernietigende resultaten. Het wederzijds bezit van kernwapens is een garantie tegen het gebruik ervan, paradoxaal genoeg. En in tegenstelling tot wijd verbreide volkswijsheid zijn de mollahs niet gek, maar juist zeer rationele spelers op het internationale schaakbord.

Een Iraanse atoombom is dus geen existentiele dreiging voor anderen. Maar is het dan misschien wel gewoon een bedreiging? Jazeker. Als Iran een atoombom heeft, maakt het zich vrijwel onkwetsbaar voor existentiele dreiging tegen zichzélf. Met andere woorden: bezit van kernwapens versterkt de positie van het theocratisch regime tegen buitenlandse en binnenlandse pogingen tot omverwerping. Net als voor Israel is ook voor de ayatollahs het atoomwapen een ultimum remedium voor het eigen voortbestaan.

Maar Khomeini en Khamenei hebben toch een fatwa tegen kernwapens uitgesproken? Ja. En de paus heeft verklaard dat engelen bestaan. Wie de atoomfatwa serieus neemt, ontkent niet alleen de realiteit van machtspolitiek in het algemeen, maar geeft zich ook geen rekenschap van de specifieke school binnen shia islam waartoe Khomeini en Khamenei behoren. Binnen de usuli shia islam is verregaande eigen interpretatie van de hadith toegestaan of zelfs vereist, en een religieus leider mag eigen, nieuwe beginselen vaststellen zonder basis in koran of traditie. Daarbij komt dat religieuze leiders uit de politiek gedreven usuli shia school, Khomeini voorop, altijd volkomen openlijk hun religieuze uitspraken ondergeschikt hebben gemaakt aan het bereiken van politieke doelstellingen en verbreiding van macht. In goed Nederlands: het doel heiligt de middelen, en misleiding is volstrekt geoorloofd.

De beschikking over een kernwapen is ook op een andere manier bedreigend: Iran wil een regionale machtsfactor zijn en verleent actieve steun aan Teheran gunstig gezinde regimes en organisaties. Daarbij maakt het niet uit of Iran zijn kernwapen gebruikt of niet: het enkele bezit ervan verandert de regels van het spel fundamenteel. Iran zal zich dan zeker ongeremder voelen en misschien minder voorzichtig zijn in het leveren van steun, wapens, geld, kennis aan zijn vrienden: Hezbollah, Islamitische Jihad, Assad en anderen in Syrie, bondgenoten in Afghanistan en Irak, enzovoort. Die dreiging is voorstelbaar en voorspelbaar.

Een Iraans atoomwapen is dus voor niemand een existentiele dreiging. Maar een bedreiging is het zeker. Net zoals een Israelische aanval op Iran de regio kan destabiliseren met niet te voorziene gevolgen, zo zou de verkrijging van kernmacht door Teheran dat ook zijn. Daarmee is niet gezegd dat Iran ook werkelijk op het punt staat een atoommacht te worden, maar wel dat iedereen, Iran en de rest van de wereld, er belang bij heeft dat er duidelijkheid komt over de vreedzame doeleinden van Irans atoomprogramma.

Khamenei in Hollywood? Laten we kalm blijven, maar niet naief

Is het een onvoorstelbaar Hollywood-scenario? Of is het verhaal te onvoorstelbaar om verzonnen te kunnen zijn? Feit is dat de VS, Saudi-Arabie en Iran in een groeiende rel zijn verwikkeld over een (al dan niet) voorgenomen moordaanslag op de Saudische ambassadeur in de Verenigde Staten. Een rel die verstrekkende consequenties kan hebben voor de stabiliteit in de regio rondom Iran. En die Iran, de VS, Israel, Saudi-Arabie, de Golfstaten, Irak en andere landen in hernieuwd, bloedig geweld kan storten. Alle reden dus om het hoofd koel te houden.

What we know is that an individual of Iranian-American descent was involved in a plot to assassinate the ambassador to the United States from Saudi Arabia,” zo sprak President Obama vorige week. “And we also know that he had direct links, was paid by and directed by individuals in the Iranian government. Now, those facts are there for all to see. We would not be bringing forward a case unless we knew exactly how to support all the allegations that are contained in the indictment.”

Er bleek achteraf bezien weinig reden te zijn om President Johnson te geloven over Vietnam, en we herinneren ons allemaal nog de Weapons of Mass Deception van President George W. Bush. Maar dat de buitenwereld een Amerikaanse president, gezien de ervaringen uit het verleden, niet a priori gelooft als hij een ander land verkettert: dat beseft Obama natuurlijk ook. En toch waren de VS uitzonderlijk snel en scherp met hun veroordeling van de Iraanse betrokkenheid. Op dit moment trekken teams van Amerikaanse diplomaten de wereld rond om in andere hoofdsteden de bewijzen te tonen. Wat is er aan de hand? De feiten zoals we ze op dit moment kennen:

De Amerikaanse minister van Justitie Eric Holder maakte vorige week bekend dat de autoriteiten een poging hadden verijdeld om de Saudische ambassadeur in Washington te vermoorden, en om de Saudische en Israelische ambassades op te blazen. Een Iraans-Amerikaanse man en een officier van een elite-onderdeel van de Islamitische Revolutionare Garde zijn voor het New Yorkse gerecht in staat van beschuldiging gesteld. De perswoordvoerder van de Iraanse president Ahmadinejad en andere Iraanse functionarissen ontkennen elke beschuldiging van Iraanse betrokkenheid.

Let wel: de Amerikanen beweren niet dat de Iraanse regering, president of geestelijk leider formele besluiten hebben genomen om tot de aanslag over te gaan dan wel over gedetailleerde operationele kennis van het plan beschikten. Wel zeggen ze bewijzen te hebben dat individuele Iraanse regeringsfunctionarissen persoonlijk en rechtstreeks opdracht voor het plan hebben gegeven en de samenzweerders hebben betaald.

Als dat laatste waar is, dan heeft Teheran een probleem, net als Rutte een probleem zou hebben wanneer generaal Van Uhm of secretaris-generaal Van Zwol van Financien opdracht zou hebben gegeven een paar weerspannige Griekse parlementariers vervroegd hun Schepper te laten ontmoeten.

Veel commentatoren putten zich de laatste dagen uit om de Amerikaanse beschuldiging naar het rijk der fabelen te verwijzen. Manour Ababsiar, de vooruitgeschoven complottist, zou een instabiele halve gare zijn. En Niru-ye Ghods – het onderdeel van de Revolutionaire Garde dat achter het plan zou zitten, en dat nu zeer actief is in de contra-revolutie in Syrie – is veel te professioneel om een voormalige autoverkoper en een stel Mexicaanse drugsdealers te gebruiken voor een aanslag op zo’n belangrijk doelwit. Israel zit erachter. Noch Iran, noch de Saudi’s hebben enig belang bij een gewapend conflict. Enzovoort. Nee, zo luidt hun discours: de VS fabriceren een casus belli om Teheran nu eindelijk eens aan te pakken. Een andere verklaring is er niet.

Toegegeven: Japan, Afghanistan en Irak weten wat er met je gebeurt als je de VS op eigen grondgebied aanvalt. De Amerikanen hebben de neiging daar nogal grondig op te reageren. Dus het lijkt logisch te denken dat Iran daar niet aan zal willen beginnen, omdat het regime daarmee zijn eigen doodvonnis tekent.

Maar van militaire simulatiespellen tot het hoofdredactioneel commentaar in De Volkskrant wordt wel erg vaak de vergissing gemaakt te denken dat landen, als het tenminste om geopolitiek gaat, langs rationele lijnen en in voorspelbare scenario’s reageren op elkaars handelen. Dat is gewoonweg niet zo. Bovendien houdt het wegwerpgebaar dat velen nu richting Obama maken geen rekening met twee omstandigheden. Ten eerste is Iran al enkele jaren actief bezig zijn aanwezigheid op het Westelijk Halfrond uit te breiden. Er zijn geloofwaardige aanwijzingen voor Iraanse militaire activiteiten in bijvoorbeeld Venezuela en Cuba, en hardnekkige berichten dat het door Iran gesteunde Hezbollah in Mexico een bruggenhoofd heeft geslagen. En ten tweede: er is sprake van een toenemende machtsstrijd binnen het regime. Die strijd gaat deels over de ‘ziel’ van de Islamitische Republiek, maar ook over een meer gematigde of radicalere opstelling richting de buitenwereld, in het bijzonder de soennitische regeringen op het Arabisch schiereiland, en Israel en de VS.

Het is nog te vroeg om conclusies te trekken. Dus ook om nu al de Amerikaanse claims zomaar van de hand te wijzen. Het is niet ondenkbaar dat de zeer professionele Niru-ye Ghods ook wel eens een flater begaat, net zoals de zeer professionele CIA, KGB en Mossad dat wel eens doen. En het is al helemaal niet ondenkbaar dat de Amerikaanse operaties van Iran en Hezbollah nu in het stadium van uitvoerende tests zijn gekomen. Tenslotte: al lijkt het alsof deze aanslag ingaat tegen het rationele belang van het regime in Teheran: een ontevreden oorlogshitser binnen datzelfde regime is niet altijd rationeel.

Arjen de Wolff is directeur van de onafhankelijke Iraanse media-organisatie Radio Zamaneh, maar schrijft dit stuk op persoonlijke titel.

Democracy: 10 simple rules for successful transition from authoritarian to democratic rule

As we are deposing dictators (or aspiring to do so) all across the Middle-East, the Caucasus and Central Asia, the day after the party can make one feel a bit hung-over, and even despairing when looking at the daunting task ahead. Don’t worry, it has been done many times before you. In Africa, in Latin-America, and in Europe. Lessons have been learned. And trust me: transforming societies doesn’t have to be rocket science.

The benefits of democracy and the rule of law are not as universally accepted and self-explanatory anymore as twenty to thirty years ago. But the bad reputation these concepts have gained in recent years often stem from them having been implemented incompletely. In addition to that, the idea that a democracy governed by the rule of law is somehow at odds with, say, religion or culture, is utterly false. In the long run, truly democratic countries with a fair legal and judicial system, open society and open economy stand a much better chance of becoming stable, secure, prosperous nations with something to gain for everyone, than any other system.

Without any claim to infallibility, my years in international democracy, governance and media development have taught me these 10 simple rules for successful transition from authoritarian to democratic rule.

1. Take your time. Have all major political forces sign off on a technical government of non-political, authoritative experts that run the country for 3-4 years without parliamentary or other interference.

2. Clean up all legislation to ensure open, transparent, fair, non-discriminatory, inclusive, governmental, economic, social and legal processes. Incorporate human rights treaties and agreements.

3. Reform the bureaucracy, military, police and judiciary. Clear out obviously criminal and/or corrupt and inefficient officials from the very top on downwards. But leave everyone else in place, regardless of affiliation. They know how to run things.

4. Reform and retrain the judiciary and correctional system to restore trust in court independence.

5. Introduce unbiased and true education in all schools and in public campaigns about the country’s history, past faults and achievements, and integrate universal human rights and concepts of equality, non-violence and non-discrimination.

6. Reform the economy. Eradicate monopolies and oligarchies. Undo the close ties between government branches, officials and business enterprises, economic sectors. Create level playing field, access to economic activities for previously disenfranchised, non-connected individuals and groups.

7. Facilitate independent, pluralist media. Boost professional journalism colleges and trainings. Always remain responsive and accountable to journalists, even if they ask uneasy questions.

8. Facilitate a wide variety of civil society organizations. But fund only consortia of diverse, state-independent, non-ideological NGO’s.

9. Design an electoral system that ensures access to and participation in decision-making for all social groups, classes. Make sure that minorities, also those formerly in power, win something and feel they remain part of the process. Enforce a clean, free and fair voting process and result, pre- and post-election, even in the smallest and remotest of areas.

10. Invest in political party building. Facilitate effective campaigns that connect all parties and their ideas to the public. Train high quality future politicians that understand democracy is about trust, compromise, open communication and transparent decisions, sharing benefits between majorities and minorities, and long term gains for your constituency rather than short term ones.

Now, and only now: vote.

Democracy or Human Rights: an unexpected and uneasy choice

Thinking of recent events in Tunis and Cairo, I can’t help thinking of one of my journalism students in Baghdad: Thiba. She, like others I know in Beirut, Istanbul, Casablanca, and Amman, is a modern, secular young woman. Thiba is a Muslim who considers her faith, and how she chooses to exercise it, a matter of personal choice. But she lives in the capital of Iraq. A place that, in many respects, has turned into a theocracy in a way that would make the mollahs in Tehran reminisce of the good old days. There are little personal choices left for Thiba. She does not belong to the rich, happy few that has the means to escape: so for her, conformity, peer pressure, and social conservatism masquerading as true religion dictate public life now. This was quite different under Saddam.

In the West, we often have a somewhat monolithic view of the Near East. We tend to think of it as one large traditional, pious society where everyone is content to follow the rule of Islam – or rather the reactionary, male-centered version that governmental and religious authorities choose to enforce. We tend to overlook the very real cultural war that is going on all through the region, between religious and cultural traditionalists on one hand, and liberal, secular, free-thinking individuals on the other. In some places this cultural war is palpable. In others, it is a silent war that seems all but lost to the modernists.

When it comes to the issue of democracy versus human rights, liberals and minorities in the Near East – whether Muslim or Christian, men or women – often face a hard choice. Under authoritarian rule, their social rights and privileges are to some degree respected. Although many dictators in the Near East came to adopt religious fervor as an integral part of their governing ideology in recent decades – along with nationalism and anti-Zionism – the secular Muslim elite and ethnic minorities feel protected from Islamist zealots, and Christians feel shielded from persecution by the other People of the Book. If you would ask a modern, progressive inhabitant of Cairo – someone that might have a world outlook surprisingly similar to yours in London or Amsterdam – whether he prefers democracy over Mubarak, you might be in for a very uneasy answer. It isn’t that he particularly likes Mubarak. But it’s still better than the potential alternative.

Many secularists in the Middle East have made a bargain: they have essentially given up on their political rights – including their right to vote in free and fair elections, a transparent government and an independent judiciary – in order to safeguard their social rights. On a rational level, they do see that true democracy would bring them both political and social freedom; but they find it hard to see that this stage of true democracy would ever be reached, once a newly installed fledgling democracy has opened the floodgates to the Islamists. This is the dilemma that many in Tunesia  – and other countries across the globe  – now face, and it partly explains the current stand-off in Tunis between those that want a smooth transition and those that fight for radical, swift, democratic change.

When it comes to our foreign policies, we in the West often make the wrong choices. We either support a nasty dictator, or we support those that claim to bring true democracy to their country, but often strand – willingly, or unwillingly – in some imperfect version of it that only brings more corruption and new forms of oppression. We should start to support the lone individuals that truly share with us modern values about freedom, equality, human rights.

IKON radiodagboek vanuit Irak

Van januari tot november dit jaar woonde en werkte Arjen de Wolff in Irak. Hij was daar country director voor Internews Europe. Met steun van de Europese Unie leidt Internews in Irak lokale journalisten op en ondersteunt ze bij hun werk. Een gesprek over geweld en veiligheidsrisico’s, over het registreren van aanslagen alsof je naar een film zit te kijken en de vraag: waar doe je het allemaal voor?

Vorige maand hield Arjen de Wolff een dagboek bij voor De Andere Wereld:

Zondag 17 oktober

Op de rotonde waar we vaststaan met de auto wordt een man doodgeschoten. Het verkeer in Bagdad is weer enorm toegenomen. Wat op zich een goed teken is. Behalve als je vast staat in de file, en iemand achter je nog een rekening met je te vereffenen had. We zien het gebeuren, een aantal meters voor ons. Mijn chauffeur, de bewaker en ikzelf voeren de veiligheidsprocedures uit die ons zijn geleerd. Maar veel kun je niet in een situatie als deze. Een man loopt op een auto toe, haalt zijn pistool uit zijn holster, schiet door het open raampje op het hoofd van de bestuurder, steekt zijn pistool terug en loopt kalmpjes weg. Het verkeersplein is onoverzichtelijk, en niemand die na afloop nog de dader kan aanwijzen. Hij is weg, verdwenen tussen de rijen auto’s, terug in zijn eigen voertuig.

Maandag 18 oktober

We hebben onenigheid met de verhuurder van het pand waar de redactie van onze lokale partner-organisatie, het persbureau Aswat al-Iraq is gevestigd. Het gebouw, waarin de redactie en het gastenhuis voor de redacteuren en mijzelf zijn gevestigd, is mooi opgeknapt en ligt mooi aan de rivier, met uitzicht over de Green Zone aan de overkant. De beveiliging is tamelijk goed, want de Franse ambassade en de kantoren van de communistische partij liggen in dezelfde straat. Genoeg checkpoints en bewakers om ons heen dus. Vandaar ook dat we blij zijn met de plek, en met de relatief lage huur.
Maar we hebben teveel blijdschap getoond, denk ik. De verhuurder wil nu het dubbele vragen. Dat vindt hij het mooie uitzicht en het stroomaggregaat wel waard. Elektriciteit is een zeer schaars goed in Bagdad.

Dinsdag 19 oktober

In Najaf ontploft vandaag een bermbom in het konvooi van VN-gezant Ad Melkert (foto midden). Het is een dag waarop in het hele land, ongeveer tegelijkertijd, een serie aanslagen op sji’itische doelen plaatsvindt, een fenomeen dat we de laatste tijd vaker zien. De sji’itische partijen lijken het op een akkoordje te gooien met de Koerden, waardoor de soennieten buiten de regering dreigen te vallen. En dat vindt Al-Qaeda geen goed plan. Als de eerste berichten binnenkomen denk ik daarom dat het wel mee zal vallen. Het is maar de vraag of de aanslag wel op Melkert gericht is. Hij is in Najaf op bezoek bij de hoogste geestelijk leider van de sjiieten, grootayatollah al-Sistani. In eerste instantie lijkt een groep pelgrims in Najaf gewoon een doel als alle andere vandaag. Bovendien: een VN-konvooi, dat is een klein leger op veldtocht. Een massa auto’s en andere voertuigen die zich voortbeweegt en waarin weinig orde en structuur te ontdekken valt, als je er zo van buitenaf tegenaan kijkt. We vragen een lokale reporter om te spreken met de politie-escorte. Dan blijkt dat het konvooi zich op dat moment niet in de buurt van een concentratie van mensen bevond, en dat de bermbom een van de volgwagens heeft geraakt, met een dode tot gevolg. Melkert is zelf geen moment in gevaar geweest denk ik, en gelukkig maar. Maar een van zijn voorgangers is in 2003 opgeblazen, dus ik kan me voorstellen dat hij, en zijn familie thuis, zich afvragen waarvoor een mens dit eigenlijk allemaal doet.

Woensdag 20 oktober

In de afgelopen jaren ben ik gearresteerd geweest, er is op me geschoten, ik heb mensen zien ontploffen, er zijn vrienden en bekende verdwenen en gemarteld, ik heb leren slapen met helikopters boven mijn hoofd; maar nooit, nooit van mijn leven ben ik zo bang geweest als in Basra. Twee mannen stonden minutenlang voor me, en overlegden of ze me zouden meenemen of doodschieten. Althans, daar waren mijn chauffeur en ik van overtuigd. Er zijn verschillende soorten angst, denk ik. En in Basra heb ik een nieuwe geleerd. Eentje die niet je keel dichtknijpt, waar je hart niet van gaat bonzen. Het is ook niet het andere uiterste, waarin je volkomen rustig wordt of zo, klaar voor je lot. Het is iets er tussenin, en het heeft heel duidelijke lichamelijke effecten: het slaat op je oren, je wordt een beetje doof, een soort monotoon geluid in je hoofd; en je kunt niet meer bewegen. In het afgelopen jaar is de veiligheidssituatie in Irak ernstig verslechterd, zoals dat dan heet. We zijn nog niet terug op het niveau van de burgeroorlog van 2006 en 2007, maar het scheelt niet veel. De VN-vluchtelingenorganisatie roept vandaag Europese landen op voorlopig geen mensen terug te sturen naar Irak. Ik ben het er hartgrondig mee eens.

Vrijdag 22 oktober

Saam is Shabbak. Of eigenlijk Mandaeer, in goed Nederlands. Irak, het oude Mesopotamië, is de wieg van de beschaving, en nu een soort museum van zeer oude christelijke of andere religies die het nooit helemaal gered hebben, zal ik maar zeggen. Maar die hier nog steeds bestaan en in kleine groepen worden gepraktiseerd. Ik vind de Mandaeers boeiend. Ze wonen langs de rivieren. Water neemt een centrale plaats in hun geloof en dagelijks leven in. Ze zijn volgelingen van Johannes de Doper. Hij was voor hen de ware Messias, niet die rare Nazarener. Ik zie dat voor me, bijna tweeduizend jaar geleden. Twee concurrerende profeten op de bazaar, al luid prekend volgelingen verzamelend. De een wint, de ander verliest. Tja. Saam vertelt dat veel Mandaeers nu in Europa leven. Gevlucht voor het geweld tegen hun geloofsgroep. Maar de Mandaeers kennen een streng kastensysteem, waardoor je niet zomaar onderling kunt trouwen. In alle discretie proberen ze nu hun geestelijk leider ervan te overtuigen dat systeem wat te versoepelen. Want anders sterven ze uit.

Arjen de Wolff (Haarlem, 10 november 1969) heeft een politieke en journalistieke loopbaan achter de rug, die hem in 1999 naar de Nederlandse Antillen bracht. Van 2004 tot 2006 was hij weer even in Nederland en werkte op het Binnenhof voor een regeringsfractie. Daarna vertrok hij weer naar het buitenland. Op dit moment is hij country director Iraq voor Internews Europe. Met steun van de Europese Unie leidt Internews in Irak lokale journalisten op en ondersteunt ze bij hun werk.

Azerbaijan, Iraq: telling inconvenient truths will get you killed, or jailed. Press Freedom in 2010

You know what the problem is?”, Adnan told me once. “Your kind of international organizations, you talk a lot, but in the end, you don’t do a thing.”

He wasn’t entirely wrong. Considering that countries like his tend to behave much more brutally towards their own citizens than towards us internationals. As long as we don’t go too far, or pry too deep. Adnan is in jail now, in Azerbaijan. For making a video blog that, with the use of sarcastic humor, denounced the blatant corruption of the regime that rules his country. For the way he chose to help his society move forward: for exposing, for putting what is wrong up for public discussion. In short: for journalism. And for all our talks, diplomatic demarches, behind-the-scenes lobbying or other self-important behavior we foreigners like to spend our working hours on: there’s not a damn thing any of us can do about it.

I work for a different organization now, in a different country. But I think Adnan’s point was slightly more universal in nature. Often, we show a lot of pretense. We internationals, we come in full of ambition, and filled with hope of contributing to change. And all too often, we tend to overestimate the impact we can make.

Reality today is (or perhaps it has always been that way) that all the UN’s, NDI’s, OSCE’s and Press Now’s can only do their work in yet another a fishy smelling country as long and as far as the local powers allow them to. And the dictator-of-the-day does not usually bow for fancy sounding acronyms of yet another expat working for yet another foreign club, trying to tell him how to run his affairs. He allows us to be there only as long as our presence serves his own aim: to look good, or at least to look non-sanctionable, in the eyes of the West. And to be allowed into the company of world leaders, at the prestigious tables of international conferences.

Geopolitical logic usually dictates restraint from the side of the free and democratic West. Because most of the time, there are bigger interests at stake than the occasional blogger. And it is not very common for the stars to align themselves in such a way that morals and interests both call for international intervention.

Azerbaijan, a small country tucked between Russia and Iran, important to the West for its oil and gas, and its position convenient for our Western military and intelligence efforts in the region, is not likely to be the beneficiary of such an alignment any time soon. That is, as long as the regime doesn’t start shooting or torturing too many dissidents. Moderate shooting and torturing, as has been the case for many years now, is just fine though. Just ask any Western diplomat in Baku about the priority given back home to their weekly messages on human rights, or about the seniority of their desk officer in their foreign ministry.

So the Azeri’s will have to forge their own destiny. And all we can do is to cheer them on a little bit.

My current place of work, Iraq, is a different story altogether. Here, some in the West did believe morals and interest went hand in hand tightly enough to warrant interference. So, in 2003, we marched in, ousted Saddam and started to restore Iraqi society into a pre-Baathist, secular, civilized and intellectual state.

How wrong we were.

Today in Iraq, human rights activists, civil society workers and journalists can only do their work as long as the thing they denounce, is a thing of the other group, sect or tribe. Restraints and oppression do not, or not yet, come from the side of the state, like in Azerbaijan. They come from group leaders, rogue fighters, increasingly corrupt businessmen slash politicians. The importance of group-identity, ethnicity and religion is on the rise; secular, democratic thinking, working for the common good, is under siege, and fading.

And again, journalists pay the price. They either conform, or they are at constant risk. Independent media are rare; telling inconvenient truths does not come with a reward. It will get you killed, or jailed.

So is the work of international organizations in countries like Azerbaijan and Iraq pointless? Certainly not. But there are real lessons to be learned about what we do, and how we go about it. For the sake of those that really matter: the lone individuals that stick their necks out in their own country.

Patriotism before religion

“We’re here to teach the Arabs something”, one of the two security consultants says. “Not that it will help much”, adds the other; “but we keep on trying”. A friendly smile then, and an inquisitive look. They seem to like me, but I am clearly also the object of reconnaissance.

They were soldiers once, in South-Africa. There are many former South-African servicemen working here in Iraq, in private security, mostly. Armed with heavy firepower, preferably concealed under roomy shirts, they keep foreigners safe as they go about their business in the country. A ‘PSD’, or personal security detail, will set you back at least 5,000 US dollars a day. But many seeking commerce in post-war Iraq are happy to pay up, hoping that their profits will make good on their investment in safety.

Most of these South-African bodyguards seem to be Afrikaners; descendants of settlers from the Low Lands, which is why their language still bears so much resemblance to Dutch. My two new friends spoke Afrikaans to each other, and so I noticed them. They are amused to encounter a Dutchman around these parts. “No protection?”, they ask; and assuming they were not referring to condoms, I reply with a ‘no’.

They give me the 5 Rand coin that I – thinking of golden Krugerrands for some reason – had been eyeing in one of the men’s hands, and tell me that in Afrikaans, there is still a well-used expression for when all things are safe and secure: ‘Die Kaap is Hollands’, or: the Cape is Dutch; we can all sleep quietly once more.

And so, across oceans and many centuries, the men and I formed the bond of shared origins. But the Cape is certainly not Dutch around these parts. Down here, in the GOI (the Government of Iraq), trouble has been brewing ever since the last elections, that have not yet produced a new government. And the different power centers do not shy away from detonating things to add some explosive force to their arguments for a strong say in a new coalition. Up north though, in the KRG (the Kurdistan Regional Government), the situation has remained relatively calm, bar a few IED’s (improvised explosive devices) here and there.

Or were they AVE’s. Iraq is a place where one needs to catch up quickly on one’s mastery of martial acronyms.

“I have been here for more than 10 years now, and I can tell you one thing: the Kurds up north put patriotism before religion”, says the elder of the Afrikaners. “But in the GOI, religion comes before country. the Shia’s, he continues, get their money and bombs from Iran; the Saudi’s supply the Sunni’s. “Of course, the Kurds also stick together because no one else loves them. No Iran or Saudi-Arabia will help them out. But when all is said and done, it’s the Christians that get the short end of the stick, and are driven up north.”

“The main Kurdish parties, PDK and PUK, were smart: they stopped fighting each other, formed a pact, and created peace and prosperity for Kurdistan and their clans. The Arabs are incapable of doing that. They don’t even trust their own family and friends. Did you know that Saddam’s bodyguard consisted of Kurds and Christians from the North? He knew he couldn’t trust his own people with his own life”.

Before they go on their way, they offer me some security advice. “Do you know what the main threat in the Middle-East is for foreigners like us? Hostage taking. It’s nothing personal. To an Arab, you are just a bag of money. They hold you for a few years, extort 30,000 or 40,000 dollars from your family, and send you back to where you came from. It’s not a good idea for you to be down south unprotected, son”.

Free counsel. Yay. A businessman might have paid 5,000 dollars for that. I can’t make up my mind: are these two security workers selling their trade to me? Or does the mere thought disqualify me as absurdly naive?

Through the soothing process of fortifying one’s gut feeling with arguments after said gut has already made up its feeling, I decide that things cannot be as bad as it might seem from the professional perspective of these men.

Just as in my work here in Iraq, I meet a lot of people – Kurds and Arabs, Muslims and Christians alike – who work hard, and at times put themselves at incredible risks, to eradicate sectarianism and violence from their communities.

Anyhow. There are still fighting men in Iraq, ready to help out a lone journalist. Somehow, I found that a comforting thought.