Maakt het uit of Iran een atoombom krijgt? Ja. En nee.

Aan de onderhandelingen over het Iraanse atoomprogramma, vandaag in Kazachstan, ligt een basale wens ten grondslag. De internationale gemeenschap wil niet dat Iran zich tot atoommacht ontwikkelt. De Iraniërs zeggen: dat doen we ook helemaal niet, maar overigens bepalen we dat zelf wel.


Maar los van de vraag of Teheran nu werkt aan kernwapens of niet: maakt het eigenlijk iets uit, of Iran een atoombom heeft? Het antwoord is: nee. Maar ook ja. Het hangt er maar vanaf hoe je verandering en dreiging definieert.

Veel mensen zien een kernwapen in de handen van de ayatollahs als een existentiele dreiging voor Irans tegenstrevers. Zoals Israel. Maar het begrip existentiele dreiging, als in een gevaar voor het bestaan zélf, wordt wel erg snel gehanteerd. Te snel.

Het conflict tussen Israel en Iran, in de zin van een potentiele rechtstreekse confrontatie, is in het gehele machtsspel in het Midden-Oosten en Iran daarin een volstrekte bijzaak. Maar zoals het vaker gaat: een side-show staat soms toch ineens op het hoofdtoneel.

Om te beginnen is er geen twijfel dat Israel een Iraanse nucleaire aanval op zijn grondgebied met gemak kan afschrikken. Israels conventionele militaire macht is veel groter en beter ontwikkeld dan die van Teheran en alleen al daarmee kan Israel, als het wordt aangevallen, Iran grondig verwoesten.

Ten tweede is Israel zélf een atoommacht. Althans, dat neemt de hele wereld aan. Dat Israel daarover zwijgt is logisch: erkenning door Israel zelf zou het land in het huidige controversiele politieke klimaat blootstellen aan ongekende internationale druk om op te geven wat Jeruzalem ziet als zijn laatste verdedigingslinie in een vijandige omgeving.

Maar dat Israels kernbommen misschien een existentiele levensverzekering zijn maakt van een Iraanse kernbom nog geen existentiele dreiging. MAD, de strategische theorie van Mutually Assured Destruction, gaat ook hier op. Zelfs als een Iraans atoomwapen Israel zou bereiken zijn Israelische lanceerinstallaties, bommenwerpers en onderzeeers nog altijd in staat Iran hetzelfde aan te doen, met vernietigende resultaten. Het wederzijds bezit van kernwapens is een garantie tegen het gebruik ervan, paradoxaal genoeg. En in tegenstelling tot wijd verbreide volkswijsheid zijn de mollahs niet gek, maar juist zeer rationele spelers op het internationale schaakbord.

Een Iraanse atoombom is dus geen existentiele dreiging voor anderen. Maar is het dan misschien wel gewoon een bedreiging? Jazeker. Als Iran een atoombom heeft, maakt het zich vrijwel onkwetsbaar voor existentiele dreiging tegen zichzélf. Met andere woorden: bezit van kernwapens versterkt de positie van het theocratisch regime tegen buitenlandse en binnenlandse pogingen tot omverwerping. Net als voor Israel is ook voor de ayatollahs het atoomwapen een ultimum remedium voor het eigen voortbestaan.

Maar Khomeini en Khamenei hebben toch een fatwa tegen kernwapens uitgesproken? Ja. En de paus heeft verklaard dat engelen bestaan. Wie de atoomfatwa serieus neemt, ontkent niet alleen de realiteit van machtspolitiek in het algemeen, maar geeft zich ook geen rekenschap van de specifieke school binnen shia islam waartoe Khomeini en Khamenei behoren. Binnen de usuli shia islam is verregaande eigen interpretatie van de hadith toegestaan of zelfs vereist, en een religieus leider mag eigen, nieuwe beginselen vaststellen zonder basis in koran of traditie. Daarbij komt dat religieuze leiders uit de politiek gedreven usuli shia school, Khomeini voorop, altijd volkomen openlijk hun religieuze uitspraken ondergeschikt hebben gemaakt aan het bereiken van politieke doelstellingen en verbreiding van macht. In goed Nederlands: het doel heiligt de middelen, en misleiding is volstrekt geoorloofd.

De beschikking over een kernwapen is ook op een andere manier bedreigend: Iran wil een regionale machtsfactor zijn en verleent actieve steun aan Teheran gunstig gezinde regimes en organisaties. Daarbij maakt het niet uit of Iran zijn kernwapen gebruikt of niet: het enkele bezit ervan verandert de regels van het spel fundamenteel. Iran zal zich dan zeker ongeremder voelen en misschien minder voorzichtig zijn in het leveren van steun, wapens, geld, kennis aan zijn vrienden: Hezbollah, Islamitische Jihad, Assad en anderen in Syrie, bondgenoten in Afghanistan en Irak, enzovoort. Die dreiging is voorstelbaar en voorspelbaar.

Een Iraans atoomwapen is dus voor niemand een existentiele dreiging. Maar een bedreiging is het zeker. Net zoals een Israelische aanval op Iran de regio kan destabiliseren met niet te voorziene gevolgen, zo zou de verkrijging van kernmacht door Teheran dat ook zijn. Daarmee is niet gezegd dat Iran ook werkelijk op het punt staat een atoommacht te worden, maar wel dat iedereen, Iran en de rest van de wereld, er belang bij heeft dat er duidelijkheid komt over de vreedzame doeleinden van Irans atoomprogramma.

Advertisements

Make Iran fight its cyber war with the right enemy: Iran

As Europe and the world are still reeling from the internet hack at the Dutch SSL CA agent Diginotar, authorities all over the world are trying to answer the question: what will the wider consequences of this attack be, and who was responsible? Meanwhile, in space, similar attacks take place: instances of satellite jamming, the deliberate interruption of, for instance, TV- and radio signals, are decidedly increasing. The latest victim: BBC Persian, whose transmissions were interfered with several times through installations on the territory of the Islamic Republic of Iran. Previously, Radio Zamaneh has been repeatedly attacked in similar fashion.

Internet hacking and satellite jamming are expressly forbidden by national and international legislation. In the case of satellite jamming, for instance, a member-state can be banned from the ITU (International Telecommunication Union). As always, the problem is: proof. Because it is not that easy to determine that a sovereign state, rather than a few individuals, were responsible for the intentional disturbance of peaceful internet and satellite communications.

Nevertheless, The Islamic Republic of Iran is at the top of everyone’s list of suspects, it being the country from which most major recent hacking and jamming attempts that caught the public eye originated. In recent years, the Iranian authorities have invested heavily in acquiring the right expertise and technology. In the case of satellite jamming, it is usually easy enough to establish form where exactly the attack took place; in the cases of BBC Persian and Radio Zamaneh for instance, it was proven convincingly that the jamming took place from inside Iran’s borders. With internet hacking, things are not always that simple. Still, in the Diginotar-case, the pile of evidence pointing toward Iran has been stacked up so high that a link with Iran is as good as certain.

The political question that needs to be posed now is: what should Europe’s response be to this increasing digital and outer space aggression?

The answer could well be: return the favour to the aggressor, if a case against a state actor, for example Iran, can be made. Remove his TV- and radio signals from the skies, and ban his websites from the internet. The Iranian state uses public satellites and the internet for its own communications as well. Iranian state media like IRIB transmit on the very same satellites that are used by independent and opposition media. The Iranian government and state media have websites too. Even the Iranian banking system is highly dependent on satellites for its communications.

Satellite and internet providers are bound by legal agreements. They need European decisions on sanctions to be able to break their contracts. And the recent case of Libya, where Eutelsat broke off transmissions of the pro-Kadhaffi state-TV when Europe asked them to, indicates that satellite operators and internet providers are likely to comply when a political decision tells them to. Meanwhile though, some free advice to satellite operators: put state media on the same transponder as independent media. That way, when a country tries to jam free media, they jam themselves in the process. Just a suggestion.

The European Union should quickly put a strict and decisive mechanism of sanctions in place to punish communication criminals. Take out their channels for telecommunication and information as soon as one can reasonably assume that the internet or satellite attack was driven by a state actor. Let’s make Iran fight its cyber war with its proper counterpart: Iran.