Khamenei in Hollywood? Laten we kalm blijven, maar niet naief

Is het een onvoorstelbaar Hollywood-scenario? Of is het verhaal te onvoorstelbaar om verzonnen te kunnen zijn? Feit is dat de VS, Saudi-Arabie en Iran in een groeiende rel zijn verwikkeld over een (al dan niet) voorgenomen moordaanslag op de Saudische ambassadeur in de Verenigde Staten. Een rel die verstrekkende consequenties kan hebben voor de stabiliteit in de regio rondom Iran. En die Iran, de VS, Israel, Saudi-Arabie, de Golfstaten, Irak en andere landen in hernieuwd, bloedig geweld kan storten. Alle reden dus om het hoofd koel te houden.

What we know is that an individual of Iranian-American descent was involved in a plot to assassinate the ambassador to the United States from Saudi Arabia,” zo sprak President Obama vorige week. “And we also know that he had direct links, was paid by and directed by individuals in the Iranian government. Now, those facts are there for all to see. We would not be bringing forward a case unless we knew exactly how to support all the allegations that are contained in the indictment.”

Er bleek achteraf bezien weinig reden te zijn om President Johnson te geloven over Vietnam, en we herinneren ons allemaal nog de Weapons of Mass Deception van President George W. Bush. Maar dat de buitenwereld een Amerikaanse president, gezien de ervaringen uit het verleden, niet a priori gelooft als hij een ander land verkettert: dat beseft Obama natuurlijk ook. En toch waren de VS uitzonderlijk snel en scherp met hun veroordeling van de Iraanse betrokkenheid. Op dit moment trekken teams van Amerikaanse diplomaten de wereld rond om in andere hoofdsteden de bewijzen te tonen. Wat is er aan de hand? De feiten zoals we ze op dit moment kennen:

De Amerikaanse minister van Justitie Eric Holder maakte vorige week bekend dat de autoriteiten een poging hadden verijdeld om de Saudische ambassadeur in Washington te vermoorden, en om de Saudische en Israelische ambassades op te blazen. Een Iraans-Amerikaanse man en een officier van een elite-onderdeel van de Islamitische Revolutionare Garde zijn voor het New Yorkse gerecht in staat van beschuldiging gesteld. De perswoordvoerder van de Iraanse president Ahmadinejad en andere Iraanse functionarissen ontkennen elke beschuldiging van Iraanse betrokkenheid.

Let wel: de Amerikanen beweren niet dat de Iraanse regering, president of geestelijk leider formele besluiten hebben genomen om tot de aanslag over te gaan dan wel over gedetailleerde operationele kennis van het plan beschikten. Wel zeggen ze bewijzen te hebben dat individuele Iraanse regeringsfunctionarissen persoonlijk en rechtstreeks opdracht voor het plan hebben gegeven en de samenzweerders hebben betaald.

Als dat laatste waar is, dan heeft Teheran een probleem, net als Rutte een probleem zou hebben wanneer generaal Van Uhm of secretaris-generaal Van Zwol van Financien opdracht zou hebben gegeven een paar weerspannige Griekse parlementariers vervroegd hun Schepper te laten ontmoeten.

Veel commentatoren putten zich de laatste dagen uit om de Amerikaanse beschuldiging naar het rijk der fabelen te verwijzen. Manour Ababsiar, de vooruitgeschoven complottist, zou een instabiele halve gare zijn. En Niru-ye Ghods – het onderdeel van de Revolutionaire Garde dat achter het plan zou zitten, en dat nu zeer actief is in de contra-revolutie in Syrie – is veel te professioneel om een voormalige autoverkoper en een stel Mexicaanse drugsdealers te gebruiken voor een aanslag op zo’n belangrijk doelwit. Israel zit erachter. Noch Iran, noch de Saudi’s hebben enig belang bij een gewapend conflict. Enzovoort. Nee, zo luidt hun discours: de VS fabriceren een casus belli om Teheran nu eindelijk eens aan te pakken. Een andere verklaring is er niet.

Toegegeven: Japan, Afghanistan en Irak weten wat er met je gebeurt als je de VS op eigen grondgebied aanvalt. De Amerikanen hebben de neiging daar nogal grondig op te reageren. Dus het lijkt logisch te denken dat Iran daar niet aan zal willen beginnen, omdat het regime daarmee zijn eigen doodvonnis tekent.

Maar van militaire simulatiespellen tot het hoofdredactioneel commentaar in De Volkskrant wordt wel erg vaak de vergissing gemaakt te denken dat landen, als het tenminste om geopolitiek gaat, langs rationele lijnen en in voorspelbare scenario’s reageren op elkaars handelen. Dat is gewoonweg niet zo. Bovendien houdt het wegwerpgebaar dat velen nu richting Obama maken geen rekening met twee omstandigheden. Ten eerste is Iran al enkele jaren actief bezig zijn aanwezigheid op het Westelijk Halfrond uit te breiden. Er zijn geloofwaardige aanwijzingen voor Iraanse militaire activiteiten in bijvoorbeeld Venezuela en Cuba, en hardnekkige berichten dat het door Iran gesteunde Hezbollah in Mexico een bruggenhoofd heeft geslagen. En ten tweede: er is sprake van een toenemende machtsstrijd binnen het regime. Die strijd gaat deels over de ‘ziel’ van de Islamitische Republiek, maar ook over een meer gematigde of radicalere opstelling richting de buitenwereld, in het bijzonder de soennitische regeringen op het Arabisch schiereiland, en Israel en de VS.

Het is nog te vroeg om conclusies te trekken. Dus ook om nu al de Amerikaanse claims zomaar van de hand te wijzen. Het is niet ondenkbaar dat de zeer professionele Niru-ye Ghods ook wel eens een flater begaat, net zoals de zeer professionele CIA, KGB en Mossad dat wel eens doen. En het is al helemaal niet ondenkbaar dat de Amerikaanse operaties van Iran en Hezbollah nu in het stadium van uitvoerende tests zijn gekomen. Tenslotte: al lijkt het alsof deze aanslag ingaat tegen het rationele belang van het regime in Teheran: een ontevreden oorlogshitser binnen datzelfde regime is niet altijd rationeel.

Arjen de Wolff is directeur van de onafhankelijke Iraanse media-organisatie Radio Zamaneh, maar schrijft dit stuk op persoonlijke titel.

Democracy or Human Rights: an unexpected and uneasy choice

Thinking of recent events in Tunis and Cairo, I can’t help thinking of one of my journalism students in Baghdad: Thiba. She, like others I know in Beirut, Istanbul, Casablanca, and Amman, is a modern, secular young woman. Thiba is a Muslim who considers her faith, and how she chooses to exercise it, a matter of personal choice. But she lives in the capital of Iraq. A place that, in many respects, has turned into a theocracy in a way that would make the mollahs in Tehran reminisce of the good old days. There are little personal choices left for Thiba. She does not belong to the rich, happy few that has the means to escape: so for her, conformity, peer pressure, and social conservatism masquerading as true religion dictate public life now. This was quite different under Saddam.

In the West, we often have a somewhat monolithic view of the Near East. We tend to think of it as one large traditional, pious society where everyone is content to follow the rule of Islam – or rather the reactionary, male-centered version that governmental and religious authorities choose to enforce. We tend to overlook the very real cultural war that is going on all through the region, between religious and cultural traditionalists on one hand, and liberal, secular, free-thinking individuals on the other. In some places this cultural war is palpable. In others, it is a silent war that seems all but lost to the modernists.

When it comes to the issue of democracy versus human rights, liberals and minorities in the Near East – whether Muslim or Christian, men or women – often face a hard choice. Under authoritarian rule, their social rights and privileges are to some degree respected. Although many dictators in the Near East came to adopt religious fervor as an integral part of their governing ideology in recent decades – along with nationalism and anti-Zionism – the secular Muslim elite and ethnic minorities feel protected from Islamist zealots, and Christians feel shielded from persecution by the other People of the Book. If you would ask a modern, progressive inhabitant of Cairo – someone that might have a world outlook surprisingly similar to yours in London or Amsterdam – whether he prefers democracy over Mubarak, you might be in for a very uneasy answer. It isn’t that he particularly likes Mubarak. But it’s still better than the potential alternative.

Many secularists in the Middle East have made a bargain: they have essentially given up on their political rights – including their right to vote in free and fair elections, a transparent government and an independent judiciary – in order to safeguard their social rights. On a rational level, they do see that true democracy would bring them both political and social freedom; but they find it hard to see that this stage of true democracy would ever be reached, once a newly installed fledgling democracy has opened the floodgates to the Islamists. This is the dilemma that many in Tunesia  – and other countries across the globe  – now face, and it partly explains the current stand-off in Tunis between those that want a smooth transition and those that fight for radical, swift, democratic change.

When it comes to our foreign policies, we in the West often make the wrong choices. We either support a nasty dictator, or we support those that claim to bring true democracy to their country, but often strand – willingly, or unwillingly – in some imperfect version of it that only brings more corruption and new forms of oppression. We should start to support the lone individuals that truly share with us modern values about freedom, equality, human rights.

IKON radiodagboek vanuit Irak

Van januari tot november dit jaar woonde en werkte Arjen de Wolff in Irak. Hij was daar country director voor Internews Europe. Met steun van de Europese Unie leidt Internews in Irak lokale journalisten op en ondersteunt ze bij hun werk. Een gesprek over geweld en veiligheidsrisico’s, over het registreren van aanslagen alsof je naar een film zit te kijken en de vraag: waar doe je het allemaal voor?

Vorige maand hield Arjen de Wolff een dagboek bij voor De Andere Wereld:

Zondag 17 oktober

Op de rotonde waar we vaststaan met de auto wordt een man doodgeschoten. Het verkeer in Bagdad is weer enorm toegenomen. Wat op zich een goed teken is. Behalve als je vast staat in de file, en iemand achter je nog een rekening met je te vereffenen had. We zien het gebeuren, een aantal meters voor ons. Mijn chauffeur, de bewaker en ikzelf voeren de veiligheidsprocedures uit die ons zijn geleerd. Maar veel kun je niet in een situatie als deze. Een man loopt op een auto toe, haalt zijn pistool uit zijn holster, schiet door het open raampje op het hoofd van de bestuurder, steekt zijn pistool terug en loopt kalmpjes weg. Het verkeersplein is onoverzichtelijk, en niemand die na afloop nog de dader kan aanwijzen. Hij is weg, verdwenen tussen de rijen auto’s, terug in zijn eigen voertuig.

Maandag 18 oktober

We hebben onenigheid met de verhuurder van het pand waar de redactie van onze lokale partner-organisatie, het persbureau Aswat al-Iraq is gevestigd. Het gebouw, waarin de redactie en het gastenhuis voor de redacteuren en mijzelf zijn gevestigd, is mooi opgeknapt en ligt mooi aan de rivier, met uitzicht over de Green Zone aan de overkant. De beveiliging is tamelijk goed, want de Franse ambassade en de kantoren van de communistische partij liggen in dezelfde straat. Genoeg checkpoints en bewakers om ons heen dus. Vandaar ook dat we blij zijn met de plek, en met de relatief lage huur.
Maar we hebben teveel blijdschap getoond, denk ik. De verhuurder wil nu het dubbele vragen. Dat vindt hij het mooie uitzicht en het stroomaggregaat wel waard. Elektriciteit is een zeer schaars goed in Bagdad.

Dinsdag 19 oktober

In Najaf ontploft vandaag een bermbom in het konvooi van VN-gezant Ad Melkert (foto midden). Het is een dag waarop in het hele land, ongeveer tegelijkertijd, een serie aanslagen op sji’itische doelen plaatsvindt, een fenomeen dat we de laatste tijd vaker zien. De sji’itische partijen lijken het op een akkoordje te gooien met de Koerden, waardoor de soennieten buiten de regering dreigen te vallen. En dat vindt Al-Qaeda geen goed plan. Als de eerste berichten binnenkomen denk ik daarom dat het wel mee zal vallen. Het is maar de vraag of de aanslag wel op Melkert gericht is. Hij is in Najaf op bezoek bij de hoogste geestelijk leider van de sjiieten, grootayatollah al-Sistani. In eerste instantie lijkt een groep pelgrims in Najaf gewoon een doel als alle andere vandaag. Bovendien: een VN-konvooi, dat is een klein leger op veldtocht. Een massa auto’s en andere voertuigen die zich voortbeweegt en waarin weinig orde en structuur te ontdekken valt, als je er zo van buitenaf tegenaan kijkt. We vragen een lokale reporter om te spreken met de politie-escorte. Dan blijkt dat het konvooi zich op dat moment niet in de buurt van een concentratie van mensen bevond, en dat de bermbom een van de volgwagens heeft geraakt, met een dode tot gevolg. Melkert is zelf geen moment in gevaar geweest denk ik, en gelukkig maar. Maar een van zijn voorgangers is in 2003 opgeblazen, dus ik kan me voorstellen dat hij, en zijn familie thuis, zich afvragen waarvoor een mens dit eigenlijk allemaal doet.

Woensdag 20 oktober

In de afgelopen jaren ben ik gearresteerd geweest, er is op me geschoten, ik heb mensen zien ontploffen, er zijn vrienden en bekende verdwenen en gemarteld, ik heb leren slapen met helikopters boven mijn hoofd; maar nooit, nooit van mijn leven ben ik zo bang geweest als in Basra. Twee mannen stonden minutenlang voor me, en overlegden of ze me zouden meenemen of doodschieten. Althans, daar waren mijn chauffeur en ik van overtuigd. Er zijn verschillende soorten angst, denk ik. En in Basra heb ik een nieuwe geleerd. Eentje die niet je keel dichtknijpt, waar je hart niet van gaat bonzen. Het is ook niet het andere uiterste, waarin je volkomen rustig wordt of zo, klaar voor je lot. Het is iets er tussenin, en het heeft heel duidelijke lichamelijke effecten: het slaat op je oren, je wordt een beetje doof, een soort monotoon geluid in je hoofd; en je kunt niet meer bewegen. In het afgelopen jaar is de veiligheidssituatie in Irak ernstig verslechterd, zoals dat dan heet. We zijn nog niet terug op het niveau van de burgeroorlog van 2006 en 2007, maar het scheelt niet veel. De VN-vluchtelingenorganisatie roept vandaag Europese landen op voorlopig geen mensen terug te sturen naar Irak. Ik ben het er hartgrondig mee eens.

Vrijdag 22 oktober

Saam is Shabbak. Of eigenlijk Mandaeer, in goed Nederlands. Irak, het oude Mesopotamië, is de wieg van de beschaving, en nu een soort museum van zeer oude christelijke of andere religies die het nooit helemaal gered hebben, zal ik maar zeggen. Maar die hier nog steeds bestaan en in kleine groepen worden gepraktiseerd. Ik vind de Mandaeers boeiend. Ze wonen langs de rivieren. Water neemt een centrale plaats in hun geloof en dagelijks leven in. Ze zijn volgelingen van Johannes de Doper. Hij was voor hen de ware Messias, niet die rare Nazarener. Ik zie dat voor me, bijna tweeduizend jaar geleden. Twee concurrerende profeten op de bazaar, al luid prekend volgelingen verzamelend. De een wint, de ander verliest. Tja. Saam vertelt dat veel Mandaeers nu in Europa leven. Gevlucht voor het geweld tegen hun geloofsgroep. Maar de Mandaeers kennen een streng kastensysteem, waardoor je niet zomaar onderling kunt trouwen. In alle discretie proberen ze nu hun geestelijk leider ervan te overtuigen dat systeem wat te versoepelen. Want anders sterven ze uit.

Arjen de Wolff (Haarlem, 10 november 1969) heeft een politieke en journalistieke loopbaan achter de rug, die hem in 1999 naar de Nederlandse Antillen bracht. Van 2004 tot 2006 was hij weer even in Nederland en werkte op het Binnenhof voor een regeringsfractie. Daarna vertrok hij weer naar het buitenland. Op dit moment is hij country director Iraq voor Internews Europe. Met steun van de Europese Unie leidt Internews in Irak lokale journalisten op en ondersteunt ze bij hun werk.