Democracy or Human Rights: an unexpected and uneasy choice

Thinking of recent events in Tunis and Cairo, I can’t help thinking of one of my journalism students in Baghdad: Thiba. She, like others I know in Beirut, Istanbul, Casablanca, and Amman, is a modern, secular young woman. Thiba is a Muslim who considers her faith, and how she chooses to exercise it, a matter of personal choice. But she lives in the capital of Iraq. A place that, in many respects, has turned into a theocracy in a way that would make the mollahs in Tehran reminisce of the good old days. There are little personal choices left for Thiba. She does not belong to the rich, happy few that has the means to escape: so for her, conformity, peer pressure, and social conservatism masquerading as true religion dictate public life now. This was quite different under Saddam.

In the West, we often have a somewhat monolithic view of the Near East. We tend to think of it as one large traditional, pious society where everyone is content to follow the rule of Islam – or rather the reactionary, male-centered version that governmental and religious authorities choose to enforce. We tend to overlook the very real cultural war that is going on all through the region, between religious and cultural traditionalists on one hand, and liberal, secular, free-thinking individuals on the other. In some places this cultural war is palpable. In others, it is a silent war that seems all but lost to the modernists.

When it comes to the issue of democracy versus human rights, liberals and minorities in the Near East – whether Muslim or Christian, men or women – often face a hard choice. Under authoritarian rule, their social rights and privileges are to some degree respected. Although many dictators in the Near East came to adopt religious fervor as an integral part of their governing ideology in recent decades – along with nationalism and anti-Zionism – the secular Muslim elite and ethnic minorities feel protected from Islamist zealots, and Christians feel shielded from persecution by the other People of the Book. If you would ask a modern, progressive inhabitant of Cairo – someone that might have a world outlook surprisingly similar to yours in London or Amsterdam – whether he prefers democracy over Mubarak, you might be in for a very uneasy answer. It isn’t that he particularly likes Mubarak. But it’s still better than the potential alternative.

Many secularists in the Middle East have made a bargain: they have essentially given up on their political rights – including their right to vote in free and fair elections, a transparent government and an independent judiciary – in order to safeguard their social rights. On a rational level, they do see that true democracy would bring them both political and social freedom; but they find it hard to see that this stage of true democracy would ever be reached, once a newly installed fledgling democracy has opened the floodgates to the Islamists. This is the dilemma that many in Tunesia  – and other countries across the globe  – now face, and it partly explains the current stand-off in Tunis between those that want a smooth transition and those that fight for radical, swift, democratic change.

When it comes to our foreign policies, we in the West often make the wrong choices. We either support a nasty dictator, or we support those that claim to bring true democracy to their country, but often strand – willingly, or unwillingly – in some imperfect version of it that only brings more corruption and new forms of oppression. We should start to support the lone individuals that truly share with us modern values about freedom, equality, human rights.

IKON radiodagboek vanuit Irak

Van januari tot november dit jaar woonde en werkte Arjen de Wolff in Irak. Hij was daar country director voor Internews Europe. Met steun van de Europese Unie leidt Internews in Irak lokale journalisten op en ondersteunt ze bij hun werk. Een gesprek over geweld en veiligheidsrisico’s, over het registreren van aanslagen alsof je naar een film zit te kijken en de vraag: waar doe je het allemaal voor?

Vorige maand hield Arjen de Wolff een dagboek bij voor De Andere Wereld:

Zondag 17 oktober

Op de rotonde waar we vaststaan met de auto wordt een man doodgeschoten. Het verkeer in Bagdad is weer enorm toegenomen. Wat op zich een goed teken is. Behalve als je vast staat in de file, en iemand achter je nog een rekening met je te vereffenen had. We zien het gebeuren, een aantal meters voor ons. Mijn chauffeur, de bewaker en ikzelf voeren de veiligheidsprocedures uit die ons zijn geleerd. Maar veel kun je niet in een situatie als deze. Een man loopt op een auto toe, haalt zijn pistool uit zijn holster, schiet door het open raampje op het hoofd van de bestuurder, steekt zijn pistool terug en loopt kalmpjes weg. Het verkeersplein is onoverzichtelijk, en niemand die na afloop nog de dader kan aanwijzen. Hij is weg, verdwenen tussen de rijen auto’s, terug in zijn eigen voertuig.

Maandag 18 oktober

We hebben onenigheid met de verhuurder van het pand waar de redactie van onze lokale partner-organisatie, het persbureau Aswat al-Iraq is gevestigd. Het gebouw, waarin de redactie en het gastenhuis voor de redacteuren en mijzelf zijn gevestigd, is mooi opgeknapt en ligt mooi aan de rivier, met uitzicht over de Green Zone aan de overkant. De beveiliging is tamelijk goed, want de Franse ambassade en de kantoren van de communistische partij liggen in dezelfde straat. Genoeg checkpoints en bewakers om ons heen dus. Vandaar ook dat we blij zijn met de plek, en met de relatief lage huur.
Maar we hebben teveel blijdschap getoond, denk ik. De verhuurder wil nu het dubbele vragen. Dat vindt hij het mooie uitzicht en het stroomaggregaat wel waard. Elektriciteit is een zeer schaars goed in Bagdad.

Dinsdag 19 oktober

In Najaf ontploft vandaag een bermbom in het konvooi van VN-gezant Ad Melkert (foto midden). Het is een dag waarop in het hele land, ongeveer tegelijkertijd, een serie aanslagen op sji’itische doelen plaatsvindt, een fenomeen dat we de laatste tijd vaker zien. De sji’itische partijen lijken het op een akkoordje te gooien met de Koerden, waardoor de soennieten buiten de regering dreigen te vallen. En dat vindt Al-Qaeda geen goed plan. Als de eerste berichten binnenkomen denk ik daarom dat het wel mee zal vallen. Het is maar de vraag of de aanslag wel op Melkert gericht is. Hij is in Najaf op bezoek bij de hoogste geestelijk leider van de sjiieten, grootayatollah al-Sistani. In eerste instantie lijkt een groep pelgrims in Najaf gewoon een doel als alle andere vandaag. Bovendien: een VN-konvooi, dat is een klein leger op veldtocht. Een massa auto’s en andere voertuigen die zich voortbeweegt en waarin weinig orde en structuur te ontdekken valt, als je er zo van buitenaf tegenaan kijkt. We vragen een lokale reporter om te spreken met de politie-escorte. Dan blijkt dat het konvooi zich op dat moment niet in de buurt van een concentratie van mensen bevond, en dat de bermbom een van de volgwagens heeft geraakt, met een dode tot gevolg. Melkert is zelf geen moment in gevaar geweest denk ik, en gelukkig maar. Maar een van zijn voorgangers is in 2003 opgeblazen, dus ik kan me voorstellen dat hij, en zijn familie thuis, zich afvragen waarvoor een mens dit eigenlijk allemaal doet.

Woensdag 20 oktober

In de afgelopen jaren ben ik gearresteerd geweest, er is op me geschoten, ik heb mensen zien ontploffen, er zijn vrienden en bekende verdwenen en gemarteld, ik heb leren slapen met helikopters boven mijn hoofd; maar nooit, nooit van mijn leven ben ik zo bang geweest als in Basra. Twee mannen stonden minutenlang voor me, en overlegden of ze me zouden meenemen of doodschieten. Althans, daar waren mijn chauffeur en ik van overtuigd. Er zijn verschillende soorten angst, denk ik. En in Basra heb ik een nieuwe geleerd. Eentje die niet je keel dichtknijpt, waar je hart niet van gaat bonzen. Het is ook niet het andere uiterste, waarin je volkomen rustig wordt of zo, klaar voor je lot. Het is iets er tussenin, en het heeft heel duidelijke lichamelijke effecten: het slaat op je oren, je wordt een beetje doof, een soort monotoon geluid in je hoofd; en je kunt niet meer bewegen. In het afgelopen jaar is de veiligheidssituatie in Irak ernstig verslechterd, zoals dat dan heet. We zijn nog niet terug op het niveau van de burgeroorlog van 2006 en 2007, maar het scheelt niet veel. De VN-vluchtelingenorganisatie roept vandaag Europese landen op voorlopig geen mensen terug te sturen naar Irak. Ik ben het er hartgrondig mee eens.

Vrijdag 22 oktober

Saam is Shabbak. Of eigenlijk Mandaeer, in goed Nederlands. Irak, het oude Mesopotamië, is de wieg van de beschaving, en nu een soort museum van zeer oude christelijke of andere religies die het nooit helemaal gered hebben, zal ik maar zeggen. Maar die hier nog steeds bestaan en in kleine groepen worden gepraktiseerd. Ik vind de Mandaeers boeiend. Ze wonen langs de rivieren. Water neemt een centrale plaats in hun geloof en dagelijks leven in. Ze zijn volgelingen van Johannes de Doper. Hij was voor hen de ware Messias, niet die rare Nazarener. Ik zie dat voor me, bijna tweeduizend jaar geleden. Twee concurrerende profeten op de bazaar, al luid prekend volgelingen verzamelend. De een wint, de ander verliest. Tja. Saam vertelt dat veel Mandaeers nu in Europa leven. Gevlucht voor het geweld tegen hun geloofsgroep. Maar de Mandaeers kennen een streng kastensysteem, waardoor je niet zomaar onderling kunt trouwen. In alle discretie proberen ze nu hun geestelijk leider ervan te overtuigen dat systeem wat te versoepelen. Want anders sterven ze uit.

Arjen de Wolff (Haarlem, 10 november 1969) heeft een politieke en journalistieke loopbaan achter de rug, die hem in 1999 naar de Nederlandse Antillen bracht. Van 2004 tot 2006 was hij weer even in Nederland en werkte op het Binnenhof voor een regeringsfractie. Daarna vertrok hij weer naar het buitenland. Op dit moment is hij country director Iraq voor Internews Europe. Met steun van de Europese Unie leidt Internews in Irak lokale journalisten op en ondersteunt ze bij hun werk.

Tegen elke vorm van extremisme

Ik ben nu een paar maanden terug uit Irak. Er is me al vaak gevraagd ‘hoe het was’. Ik weet het niet goed. Er was veel.

Wel weet ik dat een conflictsituatie vaak wordt verergerd door extreme opvattingen, die mensen ontlenen aan hun geloof, of overtuiging. Als ik iets heb geleerd, is het dat wanneer het geloof wordt aangewend om politieke doelstellingen te bereiken, dat tot onbeschrijflijk leed leidt. Maar hetzelfde is waar voor meer seculiere overtuigingen en ideologieen. En voor zover ‘Irak’ een botsing is van geloof en ratio – en dat is het deels ook – heb ik geleerd dat zowel geloof als Verlichting veel goed doen. Maar dat beide, in de verkeerde handen, ook veel schade aanrichten. Zie hier een poging om die conclusie een beetje te onderbouwen.

Monisme, dat wil zeggen: de overtuiging dat mijn opvattingen waar zijn, en de jouwe verkeerd, is de wortel van elke vorm van extremisme. De grote ideologieën van de vorige eeuw – socialisme, fascisme, communisme – en meer recente ideologieën als neoliberalisme en neoconservatisme, maken allemaal dezelfde denkfout: ze denken het absolute gelijk over de ideale ordening van wereld, de economie en de samenleving aan hun zijde te hebben.

De slachtoffers van fanatisme

De gedachte dat een utopisch ideaal leidt tot het heil en de vooruitgang van de mensheid, is vals. Seculiere ideologieën vertonen in dat opzicht een verontrustende gelijkenis met religie, althans: met de politieke en missionaire vormen van geloof die proberen hun waarheid op te leggen aan de maatschappij, en vooral aan andersdenkenden. Het enige verschil is dat waar de één beslissende en uitsluitende betekenis hecht aan God, de ander dat doet aan de wetenschap en de ratio. Seculiere ideologie en politiek beleefde religie zijn loten van dezelfde, absolutistische en extremistische stam. Ze zijn beide doordrenkt van onbewijsbaar geloof. Er dient koste wat kost een verre, utopische en perfecte horizon te worden bereikt. Er moet volgens een bepaalde, enig juiste receptuur een omelet worden gebakken. Dat voor die omelet onnoemelijk veel eieren moeten worden gebroken, is aan het ideaal volstrekt ondergeschikt. Dat de omelet nooit afkomt, terwijl miljoenen mensen die anders denken het slachtoffer worden, leert de geschiedenis. Tot op de dag van vandaag.

De zegen en de vloek van de Verlichting

De Verlichting heeft bevrijding gebracht, en emancipatie. De Verlichting heeft ons proberen te verlossen van het oude, op het Christendom gebaseerde monolithische denken over de ordening van de wereld, waarin werd gedacht dat er slechts één juist systeem van met elkaar verenigbare waarheden bestond en al het andere gevaarlijke onzin was. Maar dat is niet helemaal gelukt. Want diezelfde Verlichting heeft ook nieuwe monisten opgeleverd. Zoals de overtuiging dat alleen geloof in God kan leiden tot vooruitgang en het heil, bij toepassing op een veelvormige samenleving, slechts kan leiden tot onafzienbare ellende, zo doet de overtuiging dat vooruitgang zal komen van onderzoek en wetenschap precies hetzelfde. Ratio, wetenschap en technologie brengen op zich geen vooruitgang voor de mensheid. Alleen de juiste, zorgvuldige en per gegeven situatie verschillende toepassing van verworven kennis en beschikbare middelen die net zo goed ten kwade kunnen worden aangewend, kan vooruitgang brengen. In de wetenschap is vooruitgang een gegeven. In kwesties van ethiek en politiek is vooruitgang niet meer dan bijgeloof.

De belangrijkste erfenis van de Verlichting is denk ik de verschuiving van nadruk op waarheid, naar waarachtigheid. Niet de opvatting op zich, niet het gedrag op zich, niet het denksysteem, maar mensen zelf, en begrip en respect voor het motief en de oprechtheid waarmee zij handelen, zijn van belang.

Er is één woord waar elke extremist, elke fanaticus van gruwt: het woord ‘oneens’. De beste bescherming voor een vrije, open en tolerante samenleving is datgene te blijven doen waarin zo’n samenleving het beste is: onze mening blijven geven. Het debat blijven aangaan. De vrijheid van meningsuiting is geen obstakel voor onze samenleving, maar een noodzakelijke voorwaarde. Juist in de komende tijd. Maar de vrijheid van meningsuiting is niets waard, als we niet naar elkaar luisteren.

Patriotism before religion

“We’re here to teach the Arabs something”, one of the two security consultants says. “Not that it will help much”, adds the other; “but we keep on trying”. A friendly smile then, and an inquisitive look. They seem to like me, but I am clearly also the object of reconnaissance.

They were soldiers once, in South-Africa. There are many former South-African servicemen working here in Iraq, in private security, mostly. Armed with heavy firepower, preferably concealed under roomy shirts, they keep foreigners safe as they go about their business in the country. A ‘PSD’, or personal security detail, will set you back at least 5,000 US dollars a day. But many seeking commerce in post-war Iraq are happy to pay up, hoping that their profits will make good on their investment in safety.

Most of these South-African bodyguards seem to be Afrikaners; descendants of settlers from the Low Lands, which is why their language still bears so much resemblance to Dutch. My two new friends spoke Afrikaans to each other, and so I noticed them. They are amused to encounter a Dutchman around these parts. “No protection?”, they ask; and assuming they were not referring to condoms, I reply with a ‘no’.

They give me the 5 Rand coin that I – thinking of golden Krugerrands for some reason – had been eyeing in one of the men’s hands, and tell me that in Afrikaans, there is still a well-used expression for when all things are safe and secure: ‘Die Kaap is Hollands’, or: the Cape is Dutch; we can all sleep quietly once more.

And so, across oceans and many centuries, the men and I formed the bond of shared origins. But the Cape is certainly not Dutch around these parts. Down here, in the GOI (the Government of Iraq), trouble has been brewing ever since the last elections, that have not yet produced a new government. And the different power centers do not shy away from detonating things to add some explosive force to their arguments for a strong say in a new coalition. Up north though, in the KRG (the Kurdistan Regional Government), the situation has remained relatively calm, bar a few IED’s (improvised explosive devices) here and there.

Or were they AVE’s. Iraq is a place where one needs to catch up quickly on one’s mastery of martial acronyms.

“I have been here for more than 10 years now, and I can tell you one thing: the Kurds up north put patriotism before religion”, says the elder of the Afrikaners. “But in the GOI, religion comes before country. the Shia’s, he continues, get their money and bombs from Iran; the Saudi’s supply the Sunni’s. “Of course, the Kurds also stick together because no one else loves them. No Iran or Saudi-Arabia will help them out. But when all is said and done, it’s the Christians that get the short end of the stick, and are driven up north.”

“The main Kurdish parties, PDK and PUK, were smart: they stopped fighting each other, formed a pact, and created peace and prosperity for Kurdistan and their clans. The Arabs are incapable of doing that. They don’t even trust their own family and friends. Did you know that Saddam’s bodyguard consisted of Kurds and Christians from the North? He knew he couldn’t trust his own people with his own life”.

Before they go on their way, they offer me some security advice. “Do you know what the main threat in the Middle-East is for foreigners like us? Hostage taking. It’s nothing personal. To an Arab, you are just a bag of money. They hold you for a few years, extort 30,000 or 40,000 dollars from your family, and send you back to where you came from. It’s not a good idea for you to be down south unprotected, son”.

Free counsel. Yay. A businessman might have paid 5,000 dollars for that. I can’t make up my mind: are these two security workers selling their trade to me? Or does the mere thought disqualify me as absurdly naive?

Through the soothing process of fortifying one’s gut feeling with arguments after said gut has already made up its feeling, I decide that things cannot be as bad as it might seem from the professional perspective of these men.

Just as in my work here in Iraq, I meet a lot of people – Kurds and Arabs, Muslims and Christians alike – who work hard, and at times put themselves at incredible risks, to eradicate sectarianism and violence from their communities.

Anyhow. There are still fighting men in Iraq, ready to help out a lone journalist. Somehow, I found that a comforting thought.

No honour in killing

I spoke to Al Hurrah TV’s Kurdish correspondent today. In 2008, in the Kurdish autonomous region of Iraq, approximately 800 women lost their lives as a result of honour killings. But in 2009, there was a sudden and sharp decline in the number of violent deaths.

One wonders. Why this horribly large number in one year? Eight hundred women. That’s at least two very large wedding halls filled with young girls who themselves could have gotten married, some day. If only they had not broken the rules, and put  their families to shame.

And why was the amount of women that died at the hands of their fathers and brothers cut in half in the subsequent year? Did social norms and expectations change overnight? Did the authorities introduce some kind of sweepingly successful new policy? Did women’s rights organizations mount a cunning strategy to conquer the hearts and minds of those that would rather murder than live with a disobedient daughter?

No one seems to know. But although the trend seems positive – if one would indeed qualify 400 deaths instead of 800 as a hopeful accomplishment, thinking outside the box is still a tricky business here in the north of Iraq. In matters of the heart, at least.

In the ethnical, national and religious melting pot that is the Kurdish region, relative societal peace and tolerance between the different groups are starkly juxtaposed by social rejection of intermarriage. A Kurd does not desire a Sunni Arab. An Assurian does not long for a Shia. A Christian IDP from Baghdad certainly does not pursue a Christian from Ainkawa.

An Erbil-based journalist, originally from the south, partly blames the eruption of violence against women in 2008 on the sudden confrontation of previously rural folk with life in the big Kurdish cities, where they have been flocking to in great numbers in recent years. With city life come temptations, unknown to small mountain villages. And loss of parental control over their daughters’ comings and goings.

But why the decrease? Are the men learning to accept the inevitability of radically changed circumstances? And is it even a real decrease, or did they just stopped reporting?

Perhaps the senseless killing continues, but people just stopped reporting them. Maybe measures taken by others paid off. But who knows: maybe the move into mainstream life and a diverse society also did something to the male sense of pride. Perhaps killing a girl suddenly doesn’t seem such an honourable thing to do anymore.

In that case: one more hurray for big city life.

Blast walls beat sun block

Bomb blast walls are good for many things, most of them including some type of combustible. But on my first day in Iraq, I discovered another great feature, underestimated by most people: they are an excellent source of shade.

Blast walls provide shelter from the sun – a welcome gift here at the outskirts of the Arabian desert. And if you’re lucky, they provide something else too: art.

I mean: don’t expect Uffizi-grade art. Most of the graffiti has a certain naive quality, child-like almost. Added to some of the drawings are slogans, full of hope. “For freedom and peace, against violence and war!’ for instance, or: education and equality for all!’

Still: these blast wall murals do something very basic that art is supposed to do: to adorn, to embellish daily reality, to please the senses, and thus: the soul.

These walls seem to try and guide people out of the daily casino of the bomb attacks. To move them beyond the random bouts of cruel carnage.

Not an easy thing to do sometimes; while I was taking in this painted concrete, 24 people were killed by gunmen in Hawr Rajab, near Baghdad. For no apparent reason. Blast walls don’t tend to protect you from armed pedestrians.

In some places in Iraq though, like in Erbil, blast walls no longer serve their grim original purpose. At least, most of the time.

But massive and high these structures still remain. And thus, besides keeping explosive ridden vehicles safely on the other side, today they kept the hot sun away from my head, and through their painted concrete canvas, put a smile on my face.