Onderweg naar Bagdad: koorddansen voor Amerikaanse en Iraanse diplomaten

Op 23 mei aanstaande hervatten Iran en de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad plus Duitsland (P5+1) hun overleg over het vermeende Iraanse kernwapenprogramma. Voorgenomen plaats van handeling: Bagdad, Irak, waar premier al-Maliki onlangs liet zien dat hij een belangrijke top kan organiseren zonder dat er doden vallen onder de deelnemers. Voor zover bekend gingen alle gasten van de Arabische Liga ongeschonden naar huis.

De keuze voor Bagdad als onderhandelingslocatie is op zich al een kleine overwinning voor de Iraanse diplomatie. Sinds de omverwerping van Saddam Hoessein hebben de nieuwe Iraakse machthebbers zich ontwikkeld tot trouwe bondgenoten van Teheran. Anderzijds kunnen de Amerikanen claimen dat het mede dankzij hen is dat er überhaupt nog een hotel overeind staat voor buitenlandse gasten.

Maar ook het feit dat de start van de nieuwe onderhandelingsronde – afgelopen 14 april, in Istanboel – geen concrete en onmiddellijk concessies op het terrein van uraniumverrijking opleverde is een zege voor Teheran. En dat is niet zo onverwacht. Iran heeft de catenaccio-diplomatie zo ongeveer uitgevonden. De grote mogendheden onderhandelen al ruim een decennium met de mollah’s om ze ertoe te bewegen hun kernenergie-activiteiten in lijn te brengen met het non-proliferatieverdrag en de IAEA volledige toegang te geven, net als iedereen. Maar ruim tien jaar en zes VN-resoluties later is het wantrouwen van de wereld over de intenties van Iran niet bezworen.

Om enig resultaat te kunnen vieren hebben de VS tenminste nodig dat Iran zijn verrijking van uranium tot 20% staakt. De sprong van een verrijkingsgraad van 20% naar ‘wapenklaar’ uranium is klein. Maar Teheran schat in dat de VS over te weinig middelen beschikken om zo’n resultaat af te dwingen. Een militaire invasie lijkt uitgesloten, terwijl een luchtaanval op Iraanse doelen waar uranium wordt verrijkt hooguit een beperkt en tijdelijk effect zal hebben, nog los van de mogelijke negatieve implicaties voor de positie van de VS in de regio. Bovendien lopen de VS het risico het internationale front dat zich nu tegen Iran’s nucleaire ambities heeft gevormd, te breken als tot gewapend handelen wordt overgegaan.

Daar staat tegenover dat het olie-embargo en de handelssancties tegen Iran effectief zijn, in de zin dat ze de Iraanse economie nu al zeer ontregelen. En dat zou alleen nog maar meer het geval worden als straks op 1 juli het Europese olie-embargo tegen Iran ingaat. En Iran is Noord-Korea niet; de machthebbers in Teheran hebben rekening te houden met de publieke opinie en machtige commerciële belanghebbenden.

De regering-Obama heeft ingezet op een diplomatieke tactiek van interactie in plaats van confrontatie met het Iraanse regime. Tot nu toe is dat een succesvolle zet gebleken: veel meer dan de mollahs salonfähig te maken heeft de Obama-aanpak Iran verder geïsoleerd en de internationale consensus over het kernenergie-programma van Teheran versterkt. Ook het Amerikaanse sanctiebeleid werpt zijn vruchten af: grootverbruikers van Iraanse olie als China, Japan en Zuid-Korea hebben hun import drastisch gereduceerd en zijn gaan winkelen in Saudi-Arabië.

Rusland is minder van Iraanse olie afhankelijk, en wil tegenwoordig graag worden gezien als een betrouwbare partner in de wereld van de internationale financiën. Zaken doen met Iran en de levering van (nucleaire en militaire) technologie past daar niet meer bij. Maar er was lang een bondje tussen Moskou en Teheran, niet in de laatste plaats omdat Rusland zijn grenzen in de Kaukasus vrij van moslimextremisme wil houden. Daar heeft het Teheran bij nodig.

Het geduld van de Amerikaanse diplomatie wordt zwaar op de proef gesteld nu, en Obama loopt de kans in de rug te worden aangevallen door de Republikeinen. De vraag is hoe lang Washington zich weet in te houden en hoe lang het bondgenoten als Israël en Frankrijk, die de messen al hebben geslepen, aan boord kan houden.

Iraanse diplomaten zijn koorddansers, en de rol van de Iraanse David tegen de Amerikaanse Goliath past hen als een handschoen. Tijd winnen, een stapje naar voren en twee naar achteren zetten is een koud kunstje voor de geoefende guerilla-diplomaten van Khamenei. Het is ze gelukt om uit Istanboel weg te komen zonder enige concrete toezegging, en zonder enige tussenstappen onderweg naar 23 mei, behalve een afspraak over ‘technisch overleg’ op laag-ambtelijk niveau. Tegelijkertijd beseft men dat de eeuwige pas op de plaats snel moet worden ingeruild voor een pas-de-deux. Tenminste, als Khamenei escalatie wil voorkomen.

En daar zit meteen het probleem. Iraanse diplomaten vermogen veel, maar vroeg of laat doemt de muur op die de internationale gemeenschap nu heeft klaargezet. De interne spanningen in politiek Teheran zijn groter dan de buitenwereld vaak vermoedt. Het is zeer de vraag of Khamenei al weet wat hij wil. De naderende deadlines van 23 mei, en daarna van 1 juli, dwingen Teheran om het eerst snel met zichzelf eens te worden, en daarna een strategie te formuleren waarmee de verschillende machtscentra kunnen leven.

De vonken zullen er vanaf spatten de komende tijd, zowel in Washington als Teheran.

Cartoon (c) International Herald Tribune

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s