Is een akkoord mogelijk tussen Iran en de P5+1? Ja, maar geen permanente deal.

Is een oorlog met Iran onvermijdelijk? Nee, zeker niet. Maar er is een lange weg te gaan, geplaveid met wederzijdse concessies, voordat de lont uit het kruitvat is. En een mogelijk akkoord nu biedt geen zekerheid voor de langere termijn. Bovendien zal er in elk geval een verliezer zijn: niet de P5+1, niet het regime van de Islamitische Republiek, maar de verdedigers van mensenrechten in Iran zelf.

Op zaterdag 14 april hervatten Iran en de P5+1 (de permanente leden van de Veiligheidsraad Rusland, China, VS, Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, aangevuld met Duitsland) hun gesprek over het Iraanse nucleaire programma, dat ruim een jaar geleden werd gestaakt. Iran zegt dat het uitsluitend civiele, vreedzame bedoelingen heeft, als elk ander land met kernenergie. De internationale gemeenschap vermoedt dat Iran heimelijk aan een atoomwapen werkt.

Het is gemakkelijk, en ook wel begrijpelijk, om de oplopende spanning tussen Iran en de rest van de wereld te zien in het kader van alweer een conflict van de Verenigde Staten met alweer een Midden-Oosters land. In die denkwijze zouden de VS dus doelbewust aansturen op een gewapend treffen met Teheran. Maar er zijn voldoende argumenten waarom de analogie met Irak en Afghanistan dit keer niet opgaat. Zo zijn de politieke signalen uit Washington nu van duidelijk andere toon dan toen. En ook de verklaringen vanuit Teheran doen niet denken aan de oorlogszuchtige taal van de Taliban of Saddam Hoessein.

Iran heeft wel erg zijn best gedaan de verdenking op zichzelf te laden. Het schendt herhaaldelijk zijn verplichtingen onder het Non-Proliferatieverdrag, weigert cruciale vragen van het Internationaal Atoomagentschap (IAEA) te beantwoorden, verrijkt een deel van zijn uraniumvoorraad tot 20%, heeft zes VN-resoluties die het land opriepen zijn verrijkingsactiviteiten te staken naast zich neergelegd, en bouwde een nucleaire ontwikkelingsfaciliteit, Fordoow, diep onder de grond en uit het zicht. Niet de daden van een land dat zich transparant opstelt en zich aan dezelfde regels houdt als andere landen die op vreedzame wijze kernenergie willen opwekken. Het wantrouwen van de internationale gemeenschap is dus gerechtvaardigd.

Anderzijds heeft Teheran reden te stellen dat het anders wordt behandeld dan, zeg, Nederland. Als gevolg van de voortdurende mensenrechtenschendingen tegen het eigen volk door de autoriteiten van de Islamitische Republiek en de steun aan organisaties als Hezbollah en Hamas is het land al jaren onderwerp van sancties en beperkingen. Rusland, Israel, Saudi-Arabie en de Golfstaten hebben geen behoefte aan het ontstaan van een nieuwe atoommacht in hun directe nabijheid en laten dat blijken. Iran voelt zich omsingeld door grootmachten en hun bondgenoten die het land in zijn ontwikkeling beperken of zelfs uit zijn op de val van het regime.

Maar uit alles blijkt dat er heel wat ruimte is voor een overeenkomst, straks in Istanboel en in de vervolggesprekken. Ten eerste zijn experts het erover eens dat Iran nog ver verwijderd is van de capaciteit om niet alleen aan atoombom te fabriceren, maar deze ook te kunnen ontsteken en af te leveren op de juiste plek; de technologische obstakels maken dat dat nog tenminste negen maanden tot anderhalf jaar zou duren. Iran, zo vinden deskundigen, is zelfs nog niet in de ‘break-out fase’, het punt in de tijd waarna de race naar een bom eigenlijk gelopen is en internationaal ingrijpen, ook militair, geen zin meer heeft.

Het regime van de Islamitische Republiek wordt vaak afgeschilderd als een gesloten, monolithisch geheel. Maar niets is minder waar, en de interne meningen zijn verdeeld, zowel over het nucleaire programma als over de toekomst van de relaties van Iran met de rest van de wereld, in het bijzonder het Westen. Het politieke systeem in Iran zit ingewikkeld in elkaar en bestaat uit verschillende machtscentra. Daarnaast is de vervlechting tussen de staatsmacht en de economische zeer groot, waardoor staatsbeslissingen vaak rechtstreeks worden beïnvloed door commerciele belangen.

Ten derde is de Opperste Leider, Khamenei, een vaardig politicus en evenwichtskunstenaar, geen gevaarlijke gek met een apocalyptische doodswens. Hij zit niet aan tafel in Istanboel, maar zal elke uitkomst moeten goedkeuren. Khamenei zal proberen om de internationale agenda’s van de meer compromisgerichte president Ahmadinejad en de voorzitter van de Raad van Geschiktheid en Oordeel, de voormalige president Rafsanjani, in balans te brengen met de meer confrontatiegerichte krachten in het regime, zoals de machtige Islamitische Revolutionaire Garde en de voorzitter van de Raad van Hoeders, Ahmad Jannati. Het laatste oordeel over alle staatszaken, in het bijzonder het buitenlands beleid, is aan Khamenei. Ondanks al zijn retoriek heeft Ahmadinejad maar een zeer beperkte invloed.

Khamenei is eerst en vooral een pragmaticus, gericht op behoud van de status quo. Als hij denkt dat er in de gesprekken met de P5+1 een deal te maken valt die gezichtsverlies voorkomt en zijn positie versterkt, dan zal hij plooibaar blijken. Door het uitvaardigen van een religieus edict, een fatwa, waarin hij kernwapens tot zonde verklaart, heeft Khamenei zich de ruimte verschaft toegevingen te doen. Overigens kan een fatwa altijd weer worden herroepen of bijgesteld, als de religieuze autoriteit in kwestie van oordeel is dat de omstandigheden zijn veranderd.

De internationale gemeenschap wil verifieerbare garanties dat Iran niet werkt aan een kernwapenprogramma. Iran wil in elk geval niet openlijk door het buitenland van die mogelijkheid worden beroofd, maar er is geen overtuigende aanwijzing dat het er wel aan werkt. Daarnaast wil Iran erkenning van zijn recht om atoomenergie op te wekken voor burgerlijke doeleinden. In grote lijnen zou een synthese tussen Iran en de P5+1 er zo uit kunnen zien:

Uraniumverrijking: Iran stelt verrijkt uranium nodig te hebben voor kerncentrales en medische isotopen. Onder het non-proliferatieverdrag, waarbij Iran partij is, mag dat ook. Iran zal niet accepteren dat het zijn uranium alleen mag betrekken van een internationale uraniumvoorziening. Maar: het zal wellicht bereid zijn te aanvaarden dat het verrijking tot 5% in eigen land mag doen plaatsvinden, onder streng toezicht van de IAEA. Verrijking tot 20% kan dan worden stopgezet, de bestaande voorraad kan het land uit worden verscheept en als Iran overtuigend kan aantonen toch beperkte hoeveelheden 20%-uranium nodig te hebben, bijvoorbeeld voor medische doeleinden, dan kan dat materiaal mondjesmaat worden geleverd.

Sancties: Teheran vermoedt dat het buitenland uit is op ‘regime change’ en dat de over decennia opgebouwde maatregelen tegen Iran daarop zijn gericht. in de onderhandelingen zal Iran de nadruk leggen op herstel van vertrouwen met de internationale gemeenschap. Het zal daarom stopzetting van het olie-embargo en handelssancties eisen, als vertrouwen herstellende stap in de richting van Teheran. Het gebrek aan democratie en de voortdurende mensenrechtenschendingen in Iran, die de basis vormen voor veel van de maatregelen tegen Iran, zullen het slachtoffer worden van de komende onderhandelingen. Althans voor de korte termijn. Hetzelfde geldt waarschijnlijk voor de geldelijke steun en levering van wapens en kennis aan organisaties als Hezbollah en Hamas. Beide zijden in de gesprekken hebben er nu belang bij niet alle problemen op een grote hoop te gooien. Dit proces zal geen winst opleveren voor hen die streven naar vrijheid en rechtvaardigheid voor het Iraanse volk. Het is voorstelbaar dat de P5+1 Iran een gedeeltelijke opheffing van sancties biedt, als Iran zich verbindt aan een controleerbare set afspraken over de productie van verrijkt uranium.

Deze benadering van herstel van wederzijds vertrouwen omtrent het nucleaire programma zou op de korte termijn tot wat ontspanning kunnen leiden in de relaties tussen Iran en de buitenwereld. Maar op de langere termijn lijkt normalisatie van de betrekkingen alleen mogelijk als een alomvattend akkoord zou worden bereikt waarin ook de mensenrechtenschendingen en de steun van Iran aan gewapende non-state actors worden betrokken. En zo zou een positieve uitkomst van de gesprekken die op 14 april van start gaan, op de langere termijn wel eens een pas op de plaats kunnen blijken te zijn.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s