Nee, Obama en Barroso. Een dictator is geen betrouwbare partner

Terwijl in Cairo de protesten tegen president Mubarak hun tweede dag ingaan, wordt in Tunis nog druk gesleuteld aan de vorming van een interim-regering. Er zijn zeker parallellen tussen de revolutionaire gebeurtenissen in Tunesie en Egypte, maar er zijn evenzovele verschillen. En of een of beide van deze volksopstanden tegen een brute dictator uiteindelijk zal leiden tot de totstandkoming van een echte democratische rechtsstaat, is nog zeer twijfelachtig. Daarvoor is het gebrek aan een brede goed geschoolde middenklasse in de beide landen misschien te groot, en de macht van de corrupte bovenlaag en de Islamisten misschien te overheersend. Hoezeer ook de revolutie in Tunesie en Egypte – op dit moment – gedreven lijkt door een seculiere, progressieve bundeling van krachten en niet door religieuze traditionalisten: echt onafhankelijke, liberale en democatische partijen in het Midden-Oosten hebben meestal geen regeringservaring en geen in de maatschappij en het volk gewortelde organisatie. Dat gegeven alleen al kan de deur in een later stadium nog wijd open zetten voor een terugkeer van oude regimegetrouwen, of de Moslimbroederschap.

Maar wat prettig is aan de omverwerping van Ben Ali in Tunesie en de gebeurtenissen in Cairo, en goed nieuws voor iedereen die zich bezighoudt met de internationale bevordering van mensenrechten en democratie, is dat de Verenigde Staten nu tot hun afgrijzen zien wat velen in het vak van internationale samenwerking al jaren zeggen: nee, Washington, een dictatuur is op de lange termijn geen stabiele partner.

In weerwil van het beeld dat Irak en Afghanistan oproepen is de Amerikaanse buitenlandpolitiek er traditiegetrouw op gericht de Amerikaanse (en, vaak bijgevolg, de Europese) belangen niet primair via directe interventie te verzekeren, maar via bondgenootschappen. En om waar dat nodig is bondgenoten te verwerven om tegenwicht te bieden aan regionale grootmachten, ‘middle powers’ die de Westerse belangen zouden kunnen schaden.

Van alle donoren in de wereld steken de Amerikanen het meeste geld in democratiebevordering, vooral via instituten als NDI (National Democratic Institute for International Affairs), en zijn Republikeinse tegenhanger, IRI. Maar in authoritaire landen die een strategische relatie onderhouden met DC, blijft die bevordering van democratie en mensenrechten maar al te vaak beperkt tot pappen en nathouden.

Het fundamentele probleem met die tactiek openbaart zich nu in de Maghreb, en straks mogelijk elders: de premisse dat een dictator in ruil voor steun zal blijven leveren, is vals. Niet alleen kan een andere grootmacht langskomen en hem overtuigen de andere kant te kiezen (zie bijvoorbeeld de balanceeroefening tussen de VS en Rusland van Alijev in Azerbaijan en zijn Centraal-Aziatische collega’s); niet alleen kan een authoritair regime min of meer zelfstandig besluiten dat het van nu af aan de Amerikanen niet meer nodig heeft (Chavez in Venezuela, Saddam in Irak); het blijkt nu dat, zelfs in landen zonder democratische traditie, een schijnbaar hopeloos volk de hele kliek naar huis kan sturen.

Ook de Europese Unie en de grote Europese landen bedienen zich van dit recept. Er is ook vaak geen korte-termijn alternatief; want als je nu een gaspijpleiding nodig hebt, of het recht van overvlucht, ontbreekt het je aan de tijd om te wachten tot de oppositie sterk genoeg is om de tiran te verdrijven. Bovendien: of die oppositie bereid zal zijn met je samen te werken, is meestal een open vraag.

Dit soort harde lessen is niet nieuw. Toch valt het te hopen dat de VS, en Europa, dit keer wel inzien dat het hoog tijd is om serieus te beginnen met een andere investeringsstrategie, als het gaat om het creeren van bondgenoten overzee. Steek je geld en je energie in de ondersteuning van organisaties en partijen die werkelijk de fundamentele internationale waarden van politieke en economische vrijheid, rechtvaardigheid, sociale gelijkwaardigheid, transparantie en vrede voorstaan. En die mensen zijn er. Het is een langetermijnstrategie, en ondertussen zullen sommige directe belangen verloren gaan. Maar het is geen idealisme; het is pure Realpolitik. Want alleen zo verzekert het Westen zich van duurzame en betrouwbare partnerschappen, en stelt het de eigen belangen voor de toekomst zeker.

2 responses to “Nee, Obama en Barroso. Een dictator is geen betrouwbare partner

  1. Ware woorden Arjan!

    Was voor EPD in Egypte van de week, daar zeggen verschillende activisten: de EU hoeft niet perse democratie te ondersteunen, als het maar direct stopt met het steunen van het regime! Associatieverdragen waarin de EU telkens het onderspit delft bij de onderhandelingen leveren de overheid veel middelen op die de status quo in tact houdt.

    Nu in Kiev by the way eens zien welke lessen de Ukrainse vrienden hebben voor de Egyptische revolutionairen.

    Groeten, Marieke

  2. Pingback: Nee, dictators zijn geen betrouwbare partners

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s