Atoomayatollahs: spoorboekje bij de nieuwe gesprekken tussen Iran en de wereld

Op dinsdag 26 februari komen Iran en de internationale gemeenschap weer bij elkaar om te onderhandelen over Iran’s vermeende kernwapenprogramma. In Kazachstan dit keer. Niet de meest voor de hand liggende locatie misschien, maar het is nu eenmaal een land dat neutraal genoeg is voor beide partijen. De laatste keer dat er op topniveau werd gesproken was in Moskou, afgelopen juni.

Vanaf morgen praten Iran en de P5+1 opnieuw over een oplossing voor een oplopend conflict. Vijf vragen over de gesprekken in Kazachstan, en vijf antwoorden.

Khamenei

Wie zitten er eigenlijk aan tafel?

De hoofdonderhandelaar voor Iran is Saeed Jalili, de voorzitter van de Nationale Veiligheidsraad en een vertrouweling van de Opperste Leider, de geestelijke Ali Khamenei. En dus niet, zoals je misschien zou verwachten, de minister van Buitenlandse Zaken, Salehi, of een van zijn vertegenwoordigers. De verklaring daarvoor is dat in het Iraanse systeem de zeggenschap van de president – Ahmadinejad – en zijn kabinet over buitenlandbeleid zeer beperkt is. Over de grote vraagstukken wordt rechtstreeks door Khamenei en zijn eigen mensen besloten.

‘Internationale gemeenschap’ is een term die eensgezindheid suggereert. Maar zo is het natuurlijk niet, en de meeste naties in de wereld zitten niet aan de onderhandelingstafel. Deze internationale gemeenschap bestaat uit de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, dus de Verenigde Staten, Rusland, China, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk. Het vijftal wordt aangevuld met Duitsland. Daarom wordt dit gezelschap wel de P5+1 genoemd. De delegatie wordt aangevoerd door Lady Ashton, de ‘minister van Buitenlandse Zaken’ van de Europese Unie.

Bijkomende complicatie: Iran zit tegenover een nogal bonte verzameling landen. Geen van hen wil dat Iran zich ontwikkelt tot atoommacht, maar daar houdt de vergelijking ook meteen op. Elke tegenspeler in de P5+1 heeft een ander soort relatie  met Teheran, en onderling verschillende belangen.

De verhoudingen tussen Iran en Amerika zijn al verzuurd sinds 1979, het jaar van de islamitische revolutie en de gijzeling van Amerikaans ambassadepersoneel in Teheran (Ben Affleck kreeg net een Oscar voor zijn film Argo, die over die gijzeling gaat). De Verenigde Staten was ook de eerste die Iran sancties oplegde, in 1996 geformaliseerd in een wet, de ISA (Iran Sanctions Act) die later werd uitgebreid met nog veel meer sanctie-instrumenten.

Het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Duitsland, het EU-smaldeel in de P5+1, hebben allen een verschillende en soms gecompliceerde historie met Iran. Maar Europa heeft een veel directer belang bij Iran dan de VS. In de eerste plaats vanwege de geografische nabijheid: Iran grenst aan de Europese Economische Ruimte (Turkije) en de Europese ‘nabuurstaten’ Armenië en Azerbeidzjan. Bovendien is Europa een belangrijke afnemer van olie, het belangrijkste Iraanse exportproduct, en zou dat ook voor gas kunnen worden. Tenslotte speelt Iran potentieel een belangrijke rol als ‘hub’ van gas en goederen tussen Europa en Centraal-Azie. In termen van veiligheid, handel en energie zijn de ontwikkelingen rondom Iran dus van veel rechtstreeksere invloed op Europa dan op de VS.

Rusland en Iran zijn elkaars traditionele geopolitieke tegenstrevers in met name de Kaukasus, Afghanistan en sommige Centraal-Aziatische landen (zoals bijvoorbeeld Tajikistan, een Iraans-sprekend land). Met name in de Noord-Kaukasus en in Azerbeidzjan vreest Moskou de islamisering die vanuit Iran wordt gestimuleerd. China tenslotte is een willige energie-consument en handelspartner voor Iran die bovendien, net als Rusland en Iran, actief zoekt naar eigen voordeel in de wankele machtsbalans van Centraal-Azie.

Ook voor wat betreft opvattingen over internationale interventie verschillende de drie ‘blokken’ binnen de P5+1 onderling sterk. De VS leunen vaker op het sanctie-instrument om het gewenste resultaat te bereiken. Europa heeft traditioneel een voorkeur voor de wortel in plaats van de stok, en probeert meer via positieve prikkels veranderingen te bevorderen. Rusland en China staan wantrouwig tegenover het benutten van internationale besluitvorming en multilaterale actie om soevereine landen te dwingen tot wijzigingen.

Waarom zijn er eigenlijk sancties tegen Iran?

Het doel van de sancties is Iran te dwingen om op een verifieerbare manier te bewijzen dat het Iraanse nucleaire programma uitsluitend is bestemd voor vreedzame burgerdoeleinden. Iran is partij bij het Non-Proliferatie Verdrag (NPV) dat onder andere bepaalt dat aangesloten landen geen (verdere) kernwapens ontwikkelen en verspreiden. Het toezicht op de nucleaire activiteiten in de aangesloten landen ligt bij het Internationaal Atoomagentschap, de IAEA.

In de afgelopen jaren is de indruk ontstaan, om te beginnen bij de IAEA, dat Iran onvoldoende openheid van zaken geeft over de aard van het atoomprogramma. Sinds 2006 heeft om die reden de VN Veiligheidsraad zes resoluties aangenomen waarin Iran wordt opgeroepen delen van zijn atoomprogramma stop te zetten. Iran weigert dat. Daarom hebben vanaf 2006 verschillende landen en internationale organen – waaronder de VN en de Europese Unie – net als de VS ook sancties ingesteld.

Aard en omvang van die sancties verschillen sterk. Terwijl de Amerikaanse maatregelen in de loop der jaren zo omvangrijk zijn geworden dat ze vrijwel alle handel met Iran verbieden, of in elk geval praktisch onmogelijk maken, hebben de EU en de VN een aantal sancties getroffen dat lijkt op dat van de VS, maar het totale aantal sancties is veel minder groot en verstrekkend.

Waar gaan de onderhandelingen op dit moment over?

Het conflict spitst zich op dit moment toe op het feit dat Iran hoogverrijkt uranium (20% en hoger) produceert. Dat is zeker nog geen wapenklaar uranium (daarvoor is een verrijkingspercentage van bijna honderd procent nodig) en het is niet per se verboden onder het NPV; maar in civiele atoomprogramma’s is het veel gebruikelijker om laagverrijkt uranium, 5%, te maken.

Iran zegt dat het hoogverrijkt uranium nodig heeft, onder meer voor de productie van medische isotopen. Maar de kernreactor in het Nederlandse Petten bijvoorbeeld, een grote wereldwijde maker van medische isotopen, stopte enkele jaren geleden met het verrijken tot 20%. Het probleem met hoogverrijkt uranium is dat het veel sneller tot wapenkwaliteit is te verrijken dan laagverrijkt uranium. Bovendien produceert Iran zijn hoogverrijkt uranium op een locatie, Fordow, die in het geheim werd gebouwd en diep onder een berg ligt. Daarnaast krijgt de IAEA er veel te beperkt toegang toe.

Aan de andere kant staan de sancties. Hoe groot de schade is die ze aanrichten aan de Iraanse economie is onderwerp van verhit debat, maar zeker is dat de olie-export, Irans belangrijkste inkomstenbron, met ongeveer 50% is gedaald en ook andere soorten export, zoals van olie-gerelateerde producten, vrijwel onmogelijk is gemaakt. Daardoor komen veel minder inkomsten (en dus ook buitenlandse valuta) binnen. Het gevolg is onder meer dat de Iraanse overheid belangrijke subsidies op levensbehoeften niet langer kan financieren en dat de voorraden buitenlandse valuta opraken, waardoor de import steeds moeilijker wordt.

Een nieuw Amerikaans sanctiepakket maakt nu bovendien vrijwel alle transacties met Iran onmogelijk, door nu ook te verbieden (naast al bestaande verboden op betalingen in Amerikaanse dollars en euro’s) dat handel plaatsvindt met als tegenprestatie goud of andere edelmetalen, waardoor de Iraanse export, met name natuurlijk olie, verder wordt lamgelegd.

Wat houden de gesprekken in Kazachstan in en leveren ze wat op?

Het eerste probleem is dat de twee partijen twee verschillende soorten onderhandelingen willen. Iran wil een stap-voor-stapbenadering, een proces waarin partijen gelijk oplopen in het geven en nemen: Teheran geeft wat toe op het probleem van het hoogverrijkte uranium, de P5+1 verzachten de sancties wat, en zo verder. Maar wat de VS en Europa willen is dat de Iran de eerste stap zet en de onderhandelingen begint met 3 belangrijke concessies: het stopzetten van de verrijking tot 20%, sluiting van de Fordow-installatie en naar het buitenland verschepen van zijn voorraad hoogverrijkt uranium.

Sluit ook niet uit dat Iran zal proberen het gesprek te verbreden buiten het atoomprogramma en de sancties zelf: Iran wil een belangrijke regionale macht zijn (in bijvoorbeeld Irak, Afghanistan, de Zuid-Kaukasus, de Golf, Bahrein, Palestina en tot op zekere hoogte Libanon en Syrie), maar ziet zich daarbij telkens de weg versperd door de VS en zijn regionale bondgenoten. Teheran zal willen proberen te benadrukken dat het land is omsingeld door vijandige machten. Dat het land zelf een vaak zeer schadelijke rol speelt in de landen om zich heen zal het daarbij natuurlijk onvermeld laten, en de VS hebben, door hun zichtbaarheid, de schijn tegen.

Zullen de gesprekken in Almaty iets opleveren? Nee. Niets substantieels in elk geval. Het is erg onwaarschijnlijk dat Iran, dat zich het mes op de keel voelt gezet, de unilaterale eerste stap zal maken zoals de VS en Europa dat lijken te wensen. Het kan zijn dat Rusland en China zullen proberen een compromis te vinden; zoals gezegd, de belangen en geopolitieke gewoontes binnen de P5+1 zijn zeer verschillend. Zelfs Europa zou nog een middenpositie kunnen innemen. Maar de kans op succes is erg klein.

Als het dan toch niks wordt, waarom zitten de landen dan überhaupt bij elkaar?

Simpel: om erger te voorkomen. Beide zijden begrijpen dat voortgang van gesprekken op zich (en dat is dus niet hetzelfde als voortgang in de gesprekken zelf) nodig is om militaire escalatie te vermijden.

Het doel van de gesprekken is dus: gesprekken. De volgende ronde zal waarschijnlijk plaats gaan vinden in september, nadat eerst, in juni, de presidentsverkiezingen in Iran zijn gekomen en gegaan. De P5+1 zetten in op een uitputtingsscenario. Ze hopen dat in het najaar het effect van de sancties op de Iraanse economie zo grondig zal zijn dat Teheran als vanzelf met concessies komt.

Iran daarentegen hoopt dat het vindingrijk genoeg zal zijn om hun olie op een alternatieve manier te exporteren en een nieuwe klantenkring aan te boren. Ook hoopt Teheran in de loop van het jaar de internationale opinie meer aan zijn kant te krijgen en vooral: een wig te drijven tussen de leden van de P5+,1 waardoor de eensgezindheid verdwijnt of zelfs de sancties worden verzacht.

Beide verwachtingen lijken op dit moment ijdele hoop. En zoals het er nu uitziet, zal ook in september geen definitieve oplossing worden gevonden.

About these ads

2 responses to “Atoomayatollahs: spoorboekje bij de nieuwe gesprekken tussen Iran en de wereld

  1. Geopolitieke, politieke, economische en militaire belangen van verschillende machten die bij de Iraanse zaak betrokken zijn, maakt het dat het beleid niet effectief is geweest om het gedrag van Iran te veranderen. En IRI maakte en maakt precies gebruik van deze leemte. Het Iraanse buitenlands beleid was sinds de oprichting van de Islamitische Republiek gefundeerd in het gebruik maken van kloof en belangenconflict tussen de verschillende machten: China en Rusland versus Amerika en Europa, Europa versus Amerika. Daarom was ook het Iraanse buitenlandsbeleid gericht op het individueel overleg met landen en niet het collectief gesprek zoals nu het geval is…

  2. Goed stuk. Wellicht goed geweest om aan te geven dat de landen die helemaal geen boodschap hebben aan de Non Profileratie Verdrag zoals Pakistan, India, Israël, bijna nooit als een nucleair gevaar worden genoemd. Het lijkt dat de wereld berust in deze! Een beetje hypocriet.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s